Slechts bij acht landen waren verbeteringen te zien, het laagste aantal sinds 2009. Terwijl het aantal landen met verslechteringen (18) voorhet eerst in zeven jaar sterk toenam. Hekkesluiters op de index zijn Turkmenistan, Oezbekistan en Noord-Korea.
(Villamedia)

Krapuul als rots in de branding: “Krapuul weet over de slinkse methoden van de macht mee te praten. Deze site levert geen bijdrage aan een ‘positieve gebruikerservaring‘ volgens Google. Met zijn dominante positie is Google in staat de activiteiten van een website te breken.” Bestaat er buiten Google geen pers? Laat ik nou steeds gedacht hebben dat het andersom was. Maar goed, wat een vrije pers behelst komen we niet te weten. Wel weet ik dat de site Krapuul een zeer ambivalente houding heeft t.o.v. vrijheid van meningsuiting. Regelmatig komen er auteurs aan het woord die niet malen om de vrijheid van anderen. Sterker nog, ze maken gebruik van de diensten van Google en Twitter om anderen het zwijgen op te leggen.

Ja, zegt de auteur van het linkje, persvrijheid kan schokken, te vertalen in een ‘negatieve gebruikerservaring’. Zijn de mensen bij Krapuul zo simpel van geest dat ze de onbetamelijkheid, de respectloosheid die ze tonen en de regelrechte censuur die ze meehelpen plegen als vrijheid van meningsuiting propageren? Eentje die slechts voor henzelf geldt?

Zijn collega, de Geest van Krapuul, heeft het over een ‘feestje’ van een zootje geteisem. Zijn gal loopt als in elk bericht van hem weer over. Wie leest dat nou? Je wordt er geen klap wijzer van, veel meer dan wat met namen strooien en daar kwalificaties aan verbinden komt de man niet. Zelfstandig een opinie vormen uit zijn schrijfsels is onmogelijk. Ook hier gaat het over persvrijheid, over een feestje in De Balie en over Yoeri Albrecht.

Ik wordt er kotsmisselijk van, van dat domme geschreeuw. Ter illustratie voert hij bovendien een screenshot op van Annabel Nanninga, een screenshot dat het in zich heeft de vloer aan te vegen met de kreet de koran is erger dan “Mein Kampf” en om de te veronderstellen bedoelingen van Nanninga duidelijk te maken. Niets van dat al. Een Deens cartoonist wordt dement verklaard en de nazi vergelijkingen vliegen je weer om de oren. Hij besluit:  “Wat voor ‘feestje’ er gevierd werd? Dat Nederland 70 jaar geleden het ene stel nazi’s voor het andere heeft ingeruild.”

Je weet het, de man heeft geen enkele notie van fascisme en reduceert het tot de wandaden van nazi’s. Wie is hier mee geholpen? Fascisten van het kaliber Wilders, Bosma, Nanninga en Niemöller. De op hol geslagen Geest merkt het niet en denkt blijkbaar iets van opstand te moeten propageren. Helaas voor hem, niemand zal op het appèl verschijnen.

Ter bestudering: De retoriek van Hitler en Wilders. Daar breng je werkelijk de Nanninga’s en Niemöllers mee in verlegenheid. Helaas, een beetje geestelijke inspanning is teveel gevraagd. Ik denk wel eens dat we nu met de gevolgen zitten opgescheept van het Nederlandse equivalent van ’68, de Maagdenhuisbezetting. Studeren en iets bestuderen is sinds die tijd uit de mode geraakt. Geen boeken werden meer gelezen, hooguit paragrafen of hoofdstukken vanwege de overbelastbaarheid van studenten. Op Twitter valt dat onomstotelijk aan te tonen.

Schermafdruk 2016-09-05 17.49.45

 
Lees Kafka…

“Es ist ein eigentümlicher Apparat,” sagte der Offizier zu dem Forschungsreisenden und überblickte mit einem gewissermassen bewundernden Blick den ihm doch wohlbehalten Apparat. Der Reisende schien nur aus Höflichkeit der Einladung des Kommandanten gefolgt zu sein, der ihn aufgefordert hatte, der Exekution eines Soldaten beizuwohnen, der wegen Ungehorsam und Beleidigung des Vorgesetzten verurteilt worden war. Das Interesse für diese Exekution war wohl auch in der Strafkolonie nicht sehr gross.

 

 
Het lievelingsgedicht van Kafka:

Der Wanderer in der Sägemühle.

Dort unten in der Mühle
Saß ich in süßer Ruh’,
Und sah dem Räderspiele
Und sah den Wassern zu.

Sah zu der blanken Säge,
Es war mir wie ein Traum,
Die bahnte lange Wege
In einen Tannenbaum.

Die Tanne war wie lebend;
In Trauermelodie,
Durch alle Fasern bebend
Sang diese Worte sie:

Du kehrst zur rechten Stunde,
O Wanderer, hier ein,
Du bist’s, für den die Wunde,
Mir dringt ins Herz hinein!

Du bist’s, für den wird werden
Wenn kurz gewandert du,
Dies Holz im Schoß der Erden
Ein Schrein zu langen Ruh’.

Vier Bretter sah ich fallen,
Mir ward’s ums Herze schwer,
Ein Wörtlein wollt ich lallen,
Da ging das Rad nicht mehr.

Justinus Kerner (1786-1862)

© Verlag Klaus Wagenbach Berlin