Dit artikel verscheen eerder op de website van krapuulreageerder @Tibaert, daar staat ook een prachtige afbeelding die wij om redenen van copyright niet overnemen:

“Het gewroet van de media in het verleden van PVV’ers begint nu op een ordinaire heksenjacht te lijken. Ik werk daar niet meer aan mee. Ik zal natuurlijk zaken aanpakken waar PVV’ers fouten hebben gemaakt, maar de hyperige media kunnen hierover voorlopig even de diepvries in, wat mij betreft. Ik wil dat de rust terugkeert en reageer dus niet meer op ieder incident.”

Wie is hier aan het woord? Welke taal wordt hier gesproken? Welke feiten worden aangedragen? Welke verantwoording heeft die persoon, welke verantwoording neemt hij? Wat verstaat hij onder incidenten, fouten, hyperig, rust? De rust van het kerkhof wellicht. Heeft deze persoon iets te verbergen, vreest hij het publieke debat als de duivel het wijwater? Het wordt hoog tijd voor een woordenboek van de onmens, van de fascist Wilders.

Over historische continuïteit, over het misbruik maken van begrippen zal dit stukje gaan. Een aanzet wordt gegeven voor een “Wörterbuch des Unmenschen”. Puzzlestukjes blijken in elkaar te vallen; de “mobbing” praktijken op internet van onverlaten, verpakt als slachtoffer van, dè fascistentruc bij uitstek, zijn zeer nuttig geweest om zaken te ontcijferen. En last but not least het is meer dan hoog tijd zaken bij hun naam te noemen. Niet om te schelden, maar om te argumenteren. Dat mensen schrikken van het begrip “fascist” is begrijpelijk. Door het veelvuldig misbruik heeft dit begrip ingeboet aan de feitelijke zeggingskracht, is het letterlijk, zou je kunnen zeggen, fascistisch besmeurd, tot dooddoener geworden, waarmee op haar beurt de ware fascist zijn voordeel doet. Een vergelijking dringt zich sterk op, het te pas en te onpas gebruik van het begrip “neoliberaal”. Het ongedefinieerd gebruik van dat begrip is van dezelfde orde.

Echter, om de huidige tendens naar sterk leiderschap, eigen volk eerst, intolerantie, het ontkennen of negeren van werkelijke oorzaken en problemen, etc., etc. te omschrijven valt er in mijn ogen maar een passend begrip te hanteren, fascisme, ik weet geen ander. En duidelijkheid is vereist, vandaar.

Als vanzelf glijden we in dat woordenboek met begrippen uit de fascistische leer. U kent het wel, die “Sprachregelung”, ook nu nog met graagte door machthebbers op terug gegrepen. Vergeet ook niet de reclamewereld, zou ik zeggen. Goed beschouwd wordt ons denken dagelijks vergiftigd door begrippen, namen, die de lading niet dekken en/of iets anders suggereren. Nog kwalijker is het misbruik maken van begrippen, die ergens voor staan, om ze in hun tegendeel te doen verkeren. Het begrip “vrijheid” voorop. Die “Sprachregelung” ontstaat niet zomaar, van de ene dag op de andere. Nee, effectief wordt ze pas als ze al sluipenderwijs wordt ingezet, een terminologie gecreëerd wordt, die aanvaard wordt, min of meer als vanzelfsprekend wordt gezien. De literatuurwetenschapper Victor Klemperer heeft van een dergelijk proces een dagboek bij gehouden, heel minutieus. Het zijn de kleine details die het hem doen. En het gif, het fascistische gif kan zich verspreiden.

“Ik werk…, ik zal…, ik wil…”. Zo spreekt, zo handelt Wilders, samen met zijn kompanen. Bezie bovenstaand krantenknipsel:

– “Het gewroet van de media in het verleden van PVV’ers…”:
het gewroet, de media, het verleden, die lidwoorden zijn alles zeggend, ook het ontbreken van een lidwoord voor PVV’ers;
verder van welk gewroet is sprake, wat verstaat W onder gewroet, wroeten, een verwerpelijke handelwijze, bewust gebruikt i.p.v. ‘onderzoeken’, ‘natrekken’ e.d., enz.;
media, idem;
verleden, gaat het om het complete verleden , hun leven, dat wordt hier tenminste gesuggereerd;
PVV’ers: je hebt ze in soorten en maten, aldus de boodschap, hier zou het moeten luiden: dè PVV’ers of minstens ‘een aantal PVV’ers’, precies hier laat W dat bepalende lidwoord weg…, om de suggestie te wekken dat PV’ers vrij lopend wild zijn dat bloot gesteld wordt aan een hetze of om een gemeenschappelijk gevoel te creëren met en bij zijn aanhang (in de rol van slachtoffer)?

– “…begint nu op een ordinaire heksenjacht te lijken.”:
begint: eerst was er dus iets anders, dat kon nog door de (zijn) beugel (volgens maatstaven van W), maar nu…;
heksenjachten heb je volgens W blijkbaar in soorten en maten, hier is volgens W van een ordinaire (gewone?) sprake die hij niet toelaatbaar acht; vraag, zijn andere, zijn heksenjachten, wel toelaatbaar, van een andere dimensie, orde…, kortom wat verstaat W onder een heksenjacht?

– “Ik werk daar niet meer aan mee.”:

– “Ik zal natuurlijk zaken aanpakken waar PVV’ers fouten hebben gemaakt,”:

– “…maar de hyperige media kunnen hierover voorlopig de diepvries in, wat mij betreft.”:

– “Ik wil dat de rust terugkeert en reageer dus niet meer op ieder incident.”:

Ga er maar eens mee aan de slag met dit soort taalgebruik. Het kan geen kwaad. Achter bijna elk woord van Wilders schuilt het gif van manipulatie. Het is een tot op het bot autoritair taaltje.

Ruim een half jaar later wordt een medewerker van Wilders op non-actief gesteld. Reden, het door hem gebezigde taalgebruik bij een filmpje over een burka dragende vrouwen: “tuig uit de islamitische zandbak”. Nee, zover zijn we nog niet met de “Sprachregelung”. Nog niet. Wie herinnert zich nog dat Wilders in eerste instantie spijt had dat hij met het voorstel over “kopvoddentax” gekomen was?

Laat ieder voor zich een begin maken met een woordenboekje van de taal door Wilders en zijn aanhang gebezigd. Het houdt je waakzaam en we hebben er met z’n allen profijt van..

Bron citaten De Telegraaf: NRC

Geef je op voor de dagelijkse Krapuul nieuwsbrief en mis niets