Een bezorgde burger

Aubrey Beardsley : Salomé




Wat is er toch aan de hand met onze intelligentsia? Je hoort ze nauwelijks of er wordt veel te weinig aan hen gerefereerd. Voor mij moeilijk in te schatten, want ik volg de Nederlandse media nauwelijks of niet. Toch denk ik dat er een houding heerst in de zin van dat populistische gedoe waait wel weer over, ik verlaag me niet tot het gepeupel en er valt geen eer aan te behalen. Of een mengeling van deze opvattingen. 

In het door hun opengelaten gat springen de praatjesmakers, die zich opinieleider wanen. Weinig hebben ze te vertellen en nog minder uit te leggen. Ze voelen de heersende stemming goed aan en doen hun zegje over Zwarte Piet en al die andere non-issues alsof die bepalend zijn voor onze toekomst en pikken een graantje mee uit de korf die rabiate fascisten, die momenteel wel de marsroute lijken te bepalen, hen wensen voor te houden.

Je bent opinieleider of niet. Om succesvol te zijn en een aureool van autoriteit om je persoon te creëren leg je anderen woorden in de mond woorden, die de persoon in kwestie zo nooit gezegd heeft, en je kunt je punt scoren. Je laat je bewondering of afschuw blijken en schildert hem of haar af als een heiland of een duivel. In wezen kenmerken ze zich als extremisten die zich achter poppetjes verschuilen om genadeloos toe te kunnen slaan. Over en weer wordt voortdurend met dit bijltje gehakt. 

Een mooie illustratie van die werkwijze geeft deze column van Holman. Via een dergelijke wijze van redeneren kun je je dus opwerken tot spreekbuis, opinieleider van een massa, die nog niet het licht gezien heeft. Wilders en Bosma doen niet anders. 

Een ander voorbeeld. Het screenshot met de kop van dat bericht:


 


Omdat het moet? Wat moet? Ik zie het nergens terug. Moet dit stukje? Nee, hij bedoelt vermoedelijk dat mensen die hij omschrijft als nazi (met hoofdletter) aandacht krijgen in de media. Vervolgens gaat hij prijsschieten met hulp van iemand die videofragmenten waarmerkt als ware het zijn eigendom en het geheel wordt afgerond met de overbekende tweets.

Hoogst merkwaardig is dat hij nooit kijkt maar stellig beweert: “Ik kijk nooit Pauw, want het is racistische, fascistische haatpropaganda, elke dag die God geeft.” Daar is het weer, het fameuze woordje nooit. En toch, want, enz. Tja, ik lees nooit de Telegraaf, kijk nooit naar commerciële TV en zelfs de Nederlandse radio en TV laat ik aan mij voorbijgaan. Mijn kostbare tijd kan ik beter besteden.

Bij Breedveld ligt dat anders. Hij beschikt over het juiste oordeel, veronderstelt hij, weet wat fascisme is, denkt hij vermoedelijk, en kan aldus onderscheid maken tussen goed en slecht, zwart en wit, wij en zij. Niet veel anders dus dan die door hem zo betitelde en verafschuwde tokkies. Hun grootste verschillen liggen bij het taalgebruik. Eens verklapte hij dat hij uit hun milieu stamt en wij hem niets hoefden te vertellen. Hij veracht dat volk, zijn volk. Hadden ze maar moeten gaan studeren. 

Kort en goed, lees zijn stukje nog eens. Wordt u er wijzer van, wil hij tot een gesprek komen? Hij maakt stemming als een ware volkstribuun. Volksmenners als Wilders en Bosma laat hij links en rechts liggen. Meer dan vijf jaar geleden verscheen zijn laatste bericht over Wilders. Het tekent vooral het inzicht van Breedveld v.w.b. de politieke toestand hier en elders. Die lijkt me nihil. Over Bosma meldt hij: “De racistische leugens van Martin Bosma ontkrachten is een noodzakelijke verspilling van tijd en energie”.  

In het hier aangehaalde stukje zitten best zinnige observaties die echter camoufleren dat het in wezen om iets anders gaat, maar wat?  Primair wil hij personen afbranden, terecht of niet, dat is duidelijk. Ook duidelijk is, dat er hier sprake is van een acuut tekort aan werkelijke inhoud door, mogen we veronderstellen, een gebrek aan kennis van zaken. Over fascisme bijvoorbeeld. Al bij al de reden dat we met dergelijk gebral niet veel opschieten. Hij kan niet anders. Jammer. Een plaatje uit een beroemde Japanse film zonder enige connotatie voor het stukje kan het geheel ook niet meer redden. 

Zijn Bataafse inborst laat hem tot slot deze oproep doen:

Frontaal Naakt kost me geld! Véél geld zelfs. Is het Vrije Woord u écht lief? Help me dan de financiële schade te beperken. Steun Frontaal Naakt. Doneer aan de enige dwarsdenkende, onafhankelijke site van Nederland.

Zijn vriendjes van Krapuul waren, en zijn wellicht nog, in de weer om al mijn spullen van internet te doen verwijderen. Stappen zelfs naar de politie. En Peter? Hij vindt het best en geeft hiermee aan een gewoon, alledaags laf manneke te zijn, onze dwarsdenker. Hij rept over het “Vrije Woord”. De enige, die dat toekomt? Maar geld, geld, dat blijft voorop staan. Leer me de Bataaf kennen…


Afbeeldingen: Aubrey Beardsley – bron

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.