Het witte gevaar

Brian Msafiri: A Turkana mother poses for a portrait. Loiyangalani, Kenya




Een eeuw geleden wees Erich Wichman op het gevaar dat melkdrinkers lopen bij een optredende epidemie. Om die reden breng ik het onder de aandacht, want in ons land heersen vele wanen, een daarvan: “Melk Moet”.

erich wichman

OVER MELK, MELKGEBRUIK, MELKMISBRUIK EN MELKZUCHT

Meer nog zelfs, dan om de afwezigheid van fles, of desnoods karaf, met rode wijn ; meer dan om de aanwezigheid van bloemen (‘les fleurs d’une table sont ses bouteilles’, Degas), van koektrommel, jam- en strooppot, pinda-kaas, muisjes, hagelslag, chocoladestrooisel en verdere gruwelen (brrr . . .) is een Hollandse ‘lunch’-tafel zo’n onguur ding om die witte, omgekeerd kegelvormige bekers, gemaakt van aardewerk, omdat zij een troebele vloeistof, een emulsie, omdat zij, nou ja, vuil, omdat zij koeienuier-afscheiding moeten bevatten.

Goede wijn behoeft geen krans (zie boven), maar melk behoeft er wel een en deze bekers (waarom niet eerlijk: een zuigfles?) hebben, als krans, behalve stupide insipide blommetjes, krulletjes of (om óók modern te zijn) vierkantjes, nog een tekst, een leus, een reclame: ‘Melk is goed voor elk.’ Deze zin van welgeteld vijf woordjes bevat:

1. een taalfout (als een koe),

2. een kwékkerige poging (zoals bijvoorbeeld het Amsterdams Drankweer Comité – quelles vaches! – met medewerking van het gemeente-‘bestuur’ er zoveel aan de openbare weg begaat, ‘Niet drinken, niet schenken, een goede raad zou ‘k denken’ enz., enz.) om met een onnozel rijmpje de waarheid van het berijmelde aan dwazen en narren te suggereren . . . Wel, pot hier-en-daar, ’t is niet waar, Bij de uier behoort de luier, Zulke kwezels praten voor ezels, Dat gekwek maakt iemand gek, Nu zal ik de heren wat anders leren: cider is goed voor ieder, wijn is goed voor de pijn – rode is goed voor de noden en witte is goed voor de hitte oude is goed voor de koude en jonge is goed voor de longen – bieren zijn goed voor de nieren, jenever is goed voor de lever, klare is je ware! . . . (‘On ne détruit que ce qu’on remplace’, Dumarsais).

3. een leugen (ook als een koe). *

Want melk is om-de-bliksem niet goed voor iedereen, maar melk is van nature alleen goed voor – jonge kalveren. Dus niet eens voor ‘vee’ in het algemeen, want zelfs volwassen koeien verdragen geen melk. Melkdrinkende koeien noemen de boeren ‘melkers’ of ‘vuile beesten’ en wetend dat zij ontaard zijn en verder ontaarden, en onderwijl de melk opdrinken die aan de even koe-domme stedelingen verkocht moet worden, slachten zij die dadelijk. Dat verzwijgen, als zoveel, de kwekkers en ‘prêcheurs de fausse morale’, de ‘bourreurs de crânes’. De duivel hale ze.

Hoewel Jupiter met honing en niet met melk werd grootgebracht, wil ik voorlopig doen alsof ik aanneem, dat voor een klein kind nog gedurende enige tijd na het ophouden der borstvoeding mei moedermelk, het voeden met ‘soortvreemde’ koeienmelk misschien niet ál te veel kwaad kan; al blijft er voor mij iets griezeligs in dat stief- of zoogmoederschap van redeloos vee, in letterlijke zin, en dan nog van een zo bijzonder dom en traag beest als een koe, temeer nu de ‘volksmond’ (die meestal gelijk heeft) spreekt van deugden en gebreken ‘met de moedermelk ingezogen’.

Ik weet niet, of een redelijk gebruik van jenever schadelijk is (omdat die vermaledijde kwekkers het kwekken, aanvaard ik het nog niet zonder meer; al is jenever ter vervanging van wijn om geestelijke redenen ongetwijfeld verwerpelijk), maar zéker is voor een volwassen man melk schadelijker dan jenever; bij gebruik vam noemenswaardige hoeveelheden ontstaat steeds vroeger of later, min of meer ernstige en ongeneeslijke verkalving, tranchons le mot, – dat is dan de wraak van het kalf. ‘Der Mensch ist was er isst.’

Daarenboven is melkdrinken voor een volwassene vies, ja, smerig, een infantiele regressie, buccale slijmvlies-erotiek, zoiets als (en ook alweer zowel oorzaak als gevolg van) : teveel slapen, teveel ‘dagdromen’, de echte ‘kalverliefde’, voorts ook bedwateren, faeces-knoeien, duimzuigen, nagelbijten, neuspeuteren, masturberen. En zo lopen er al veel, veel te veel (bijkans een democratische ‘meerderheid’), met de sporen van de niet eens meer geheime vice (héél vies) der veegemeenschap en -maagschap op hun papperige gezwollen kinderballon – gezichten in de wei, in de Kalverstraat, met hun onvoldragen, ongeboren, kindse, kalfse baby-koppen, gezichten ‘van melk en bloed’ – maar bloedeloos – ; de melklurkers, de melkslurpers, de melkzuchtigen, de melkmuilen, de uitgegroeide zuigelingen (die aan hun ‘min’ ‘gefixeerd’ bleven), de ‘moederskindjes’, de ongespeenden, de ‘klieren’, de chronische lactisten **, die ik aanneem één voor één op straat aan te wijzen. Die ‘kerngezonde mensen’, die bij de eerste de beste epidemie (epidemie is hygiëne!) als ratten verrekken (griep 1918, allen melkdrinkers) ; die voortbrengers en verbruikers van melkfilosofie, melkwetenschap, melkpolitiek, melkmoraal, melkgodsdienst, melkkunst, melkarchitectuur, melkpoëzie enz., onze hele melkkultuur – melkbarbaarsheid !

Elke civilisatie was door de tijden heen verbonden aan de oorsprong van alle civilisatie: de wijnberg. Wijn en brood maakten de mens tot mens, en zijn nóg, met zout, olijfolie en honing desnoods, de ‘heilige’ levensmiddelen gebleven. Egypte uitgezonderd, waar men volgens Herodotus, Strabo en Dio bier, heel veel, bier, dronk (wat de bierbruine somberheid der Egyptische kunst verklaart), was er nooit een ‘opbloei’ dan in een wijnland. En wie weet is Maastricht nog de levendigste Nederlandse stad, omdat eens de wijnstok op de hellingen er om heen groeide? Plant hem er wéér, in het marmerloze land, het wijnloze land, het liedloze land!

Wij verrotten in de melkpoel. De witte vloed verzwelgt ons. Met ‘officiële steun’, met de hulp van misdadige wijnaccijnzen (waar is hij, die ‘non tali auxilio!’ roept?) en onder steeds luider gekwék, is ‘ons’ volk al chronisch met dierenklierensecretie vergiftigd, aan melk verslaafd, voordat men zelfs proeven op (beklagenswaardige) ratten en kraaien genomen heeft, omdat het immers gekwék was, en alle gekwék van dezen (‘onzen’? – onzin !) tijd, en dus goed is; en dit is gevolg, en weer oorzaak, van barbarisatie en decivilisatie, van vermelking en verkalving. Een koninkrijk, nee, liever een republiek, voor een grote fopspeen! Tekenend en leerzaam is dan, dat de vegetariërs (‘de bleekste van alle Ariërs’ zegt Wiessing), de kwékkers bij uitnemendheid, die zóóó ondierlijk en plantaardig zijn, zodra het de dranken betreft (men sta mij de uitdrukking toe!) water in hun wijn gaan doen, en zich, al apenootjes kauwende, met afgrijselijke hoeveelheden dierlijk kliersap bij de logge voedster een infantiel-sexuele roes drinken, terwijl zij het ‘bloed der aarde’, de heilige wijn, in hun vuilwaterdronkenschap als ‘taboe’ versmaden.

Dit zijn de nieuwe, de goddeloze asceten ; de nieuwe, de goddeloze helden zijn er ook al, en reeds zijn de nieuwe, de goddeloze Heilanden in aantocht, die wijn in water veranderen, nee, pardon, niet in rein water maar in glibberige, lidderige melk; en bij bet Laatste Avondmaal (de kruisiging vervalt natuurlijk wegens ongesteldheid of ‘gemoedsbezwaren’), van zo’n beker met dat uierslijm zullen zeggen: ‘Drinkt, dit is mijn bloed.’

En dat zal dan hun eerste waarachtige waarheid zijn!



* Het ‘melkkapitaal’ heeft zich ook reeds van deze lens meester gemaakt. Op de achterkant der Utrechtse tramkaartjes staat bijvoorbeeld ‘Umi melck is goed voor elck’ (welke taal is dat?); en de ‘Amsterdamse Melkslijtersbond’ laat in de winkels zijner leden een reclamekaart ophangen, voorstellende een walgelijk spek-vet gemest en een mager kind, met de tekst ‘Alleen vers gekookte melk geeft elke waarborg en is goed voor elk. Word dik als ik.’ . . .

** (Jez. xxviii, 9; 1 Cor. iii, 2). Acuut lactist kan de beste worden, als hij zich op de Alm aan melk bezondigen moet (‘Auf der Alm da gibt’s ka’ Sünd’) en een acute melkvergiftiging (zoiets als anaphylaxie) oploopt. Het beste tot heden bekende geneesmiddel schijnt ijskoude cognac te zijn. Bij verslaafden is uiteraard de gevoeligheid voor het melkvirus afgestompt, maar tevens alcoholterapie van weinig of geen nut meer. Het is dan ook een dwaling van Fuchs, te menen dat men zich tegen het melkeuvel beschermt door ‘óók jenever’ te drinken. (Zie ook: Hooglied v, 1). Voor geheel normale en onbedorven volwassenen is melk: een braakmiddel.




Uitgelichte foto: © Brian Msafiri – bron
Tekst: fragment uit het gelijknamig boekje (1928) opgenomen in de bundel samengesteld door Wim Zaal – De Arbeiderspers (1971)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.