Leven: geboorte en dood

z.t.



jur kuipers



Op eerste kerstdag, ging ik vanwege het mooie weer met de fiets op pad om een aantal door mij eerder bezochte kerken in de buurt te fotograferen met mijn iPad.
Mooie dag om mijn nog steeds pijnlijke rechterknie te testen.
De dag begon wat druilerig, – maar ik wist dat de zon zou gaan schijnen, wat inderdaad dan ook gebeurde.

Mijn bestemmingen waren: de kerk van Scheemda (begin 16e eeuw), de kerk van Nieuw-Scheemda (midden 17e eeuw), de kerk van Noordbroek (begin 14e eeuw) en de Petruskerk van Zuidbroek (eind 13e eeuw).
Alle kerken die van grote cultuur-historische waarde zijn.

De reden om deze kerken opnieuw te bezoeken is omdat deze gebouwen, behalve die van Nieuw-Scheemda, omringd worden door bomen.
Omdat er nu geen blad aan de bomen is heb ik nu meer zicht op de architectuur, bovendien is zo met een lage zon ook later op een heldere dag het licht hard en scherp, met volle warme kleuren.

De van oorsprong middeleeuwse Petruskerk van Zuidbroek, een knots van een gebouw, was dus mijn laatste bestemming.
Net als de even verderop gelegen kerk van Noordbroek gebouwd op een natuurlijke zandrug.

Na “de Reductie van Groningen”, de inname van de stad Groningen door Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg in 1594 (een overwinning op de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog) werden op bevel van de door de verovering protestants geworden stad Groningen alle kerken in de Ommelanden ontdaan van hun katholieke identiteit en werden protestants, – ook de Petruskerk moest eraan geloven.

Het zeggenschap over die kerken kwam vervolgens veelal in handen van protestants geworden rijke boeren en bestuurders die zichzelf tot “Jonker” hadden verheven en “regeerden” vanuit hun plaatselijke borgen, – zo echter niet de de Petruskerk in Zuidbroek.
Hier had een “Drost” het voor het zeggen, – een bestuurder van een landsdeel die met de zegen van de stad Groningen ook gerechtelijke bevoegdheden had.
Deze “Drost” woonde nabij Zuidbroek in de zogenaamde “Drostenborg”, – ook wel “Gockingaborg” genoemd (niet meer bestaand), – naar de jonkerfamilie Gockinga die daar ook heeft gewoond.
Wellicht dat ik hier nog eens een mail aan ga weiden, want deze mensen van de “Drostenborg” hebben de Petruskerk in 1709 voorzien van meubilair (met o.a. prachtig houtsnijwerk van Jan de Rijk en Casper Struiwig) dat er nog steeds staat, – ook van de katholieke tijd laat deze prachtige imposante kerk nog veel zien.

Petruskerk van Zuidbroek, eind juni 2020. Gefotografeerd met mijn iPad.
De losstaande 13e eeuwse toren bij de Petruskerk van Zuidbroek, zoals te zien is vanaf de openbare weg, – deze toren diende tevens als gevangenis. Gefotografeerd met mijn iPad eind juni 2020.
De losstaande toren bij de Petruskerk met het jaartal 1709, – dit jaartal duidt op een restauratie van de toren die toentertijd op instorten stond, – de muur waarop het jaartal staat is toen volledig opnieuw opgemetseld. Gefotografeerd met mijn iPad eind juni 2020.
De Petruskerk van Zuidbroek op eerste kerstdag 2020. Gefotografeerd met mijn iPad.

Rond de kerk liggen grafzerken en staan grafstenen (meestal uit de 18e en 19e eeuw) met hier en daar – zoals ook elders in het Groninger land – grafpoëzie dat m.i. vaak de moeite van het lezen waard is.
Zo viel mijn oog op de steen van Riemke Bosscher, een jonge vrouw die vlak na de bevalling van haar eerste kind overleed.
Haar grafschrift in dichtvorm confronteerde mij met het leed wat haar en haar echtgenoot overkwam.

Grafsteen van Riemke Bosscher, – gefotografeerd eerste kerstdag 2020. Gefotografeerd met mijn iPad.

Onder een afbeelding van een treurwilg;

Elf maanden door 
den echt verbonden, 
Schonk God ons ’t pand 
der liefde en min. 
Maar kort die vreugd. 
Na negen dagen 
ontsliep zij zacht 
voor eeuwig in.

In vroeger dagen overkwam menige vrouw dat ze het kraambed niet overleefde, iets wat tegenwoordig in het moderne Nederland met z’n goede medische voorzieningen een zeldzaamheid is.
Ook haalden veel kinderen tot nog niet zo heel lang geleden de volwassen leeftijd niet.
Vroeger was voor een vrouw de zwangerschap en bevalling een levensgevaarlijke aangelegenheid.
Voorbehoedmiddelen bestonden niet of waren – mijn woorden – “rudimentair”.
Kinderen krijgen was toen meestal geen keuze, – ze kwamen gewoon.

Of Riemke in het kraambed is gestorven weet ik niet.
Wel is duidelijk dat ze stierf kort nadat ze bevallen was van haar eerste kindje.
Het verdriet om haar te verliezen was groot.
Daar stond ik dus even bij stil zo op die eerste kerstdag, een dag dat naar verluid herinnerd aan de geboorte van “kindeke Jezus”.

Onder een afbeelding van een ontwortelde omgevallen boom:


Rustplaats
van
RIEMKE M. BOSSCHER
Echtgenoot van
HARMP.MULDER
Geb. Den 20 Jan.
1840.
Overl. Den 18 Oct.
1862.



Zoals bekend ben ik niet gelovig.
Een oom van mij, die al jaren lijdt aan MS (Multiple Sclerose) en bij wie ook nog eens een long werd verwijderd, zei eens dat als er een God bestaat en hij voor de hemelpoort tegenover Hem zou staan hij Hem dan een enorme trap in zijn kloten zou geven (“God” is immers een man – uiteraard…)
Hoewel klein leed vergeleken met alle grote ellende in de wereld komt bij mij bij het lezen van wat daar op die steen van Riemke staat hetzelfde sentiment naar boven.
Hoewel ik dit zelden doe had ik de behoefte, geconfronteerd met die steen van haar, hartgrondig te vloeken.

Desondanks…
Die Godshuizen waar, hoewel nog heel veel mensen hier in de Christelijke God geloven, meest amper meer iemand ter kerke gaat blijven voor mij het bezoeken waard.
…Beetje te vergelijken met toeristen die naar de piramides in Egypte gaan om te bewonderen en zich te verbazen, – niemand geloofd immers meer in die Egyptische goden.

De oude Groninger kerken, ‘k heb er afgelopen jaar ruim zeventig bezocht (alle met de fiets), zijn tijdcapsules die herinneren aan vervlogen tijden en zijn, zelfs voor mij als ongelovige, plaatsen van contemplatie.

Uitgelicht: bron

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.