Information the mainstream media usually ignores

Man Ray: La Fortune (1938)




Een oud-medewerker van de VPRO radio, die ik me op de eerste plaats herinner vanwege een taalgrapje over de naam Milhaud, kwam bij me in beeld vanwege de kraakbeweging. Een toenmalig raadslid van de PvdA had namelijk iets te melden over personen die hij omschreef als krakersterroristen en een links warhoofd dat hen verdedigde. Bij dergelijke kwalificaties weet je meteen wie je voor je hebt, een non-valeur van de meest miserabele soort, zo niet een fascist. Het leek me meer dan terecht de kop van jut zelf aan het woord te laten. Je verdedigen tegen smaad, laster en propaganda is onmogelijk, al was het maar omdat de verspreider van dergelijke zaken weigert feiten te noemen en elke mogelijkheid tot contact en debat afwijst en blokkeert. In dit geval Jo Horn.
 
 

stan van houcke

Uit directe ervaring weet ik dat het meest problematische aan veel mainstream-opiniemakers is hun pathologische geldingsdrang, hun agressief verlangen naar erkenning door de macht, en hun daaruit voortvloeiende conformisme en opportunisme. Zo is kenmerkend voor NRC’s columniste Caroline de Gruyter dat zij de ‘Preparatory Commission’ van de European Press Prize bedolf onder haar toezendingen, waarop deze voorbereidende commissie, onder voorzitterschap van een oud-hoofdredacteur van The Guardian, besloot om een drempel op te werpen tegen het aantal inzendingen van egotrippers. Wat de polderpers als normaal beschouwd, wordt door de buitenlandse pers doorgaans als bespottelijk gezien. Het buitenland heeft geen hoge pet op van de vaak lachwekkend infantiele polderjournalistiek.

 

‘Een wereld vol leugens en bedrog,’ zo becommentarieerde de Süddeutsche Zeitung in april 2021 de Nederlandse kabinetscrisis en de reactie van de Nederlandse parlementaire pers. ‘Vermoedelijk zal het nog wel een tijdje duren, voor Rutte zelf inziet dat hij geen premier kan blijven,’ aldus de logische conclusie van de Duitse journalist Thomas Kirchner, die meende dat de ‘dagen van Mark Rutte geteld,’ waren, zonder te beseffen dat het corrupte poldermodel politieke consequenties al decennialang onmogelijk maakt. ‘De toeslagen-affaire doet Nederland schudden op zijn grondvesten en onthult een monumentaal staatsfalen. Het voornaamste probleem: de premier,’ aldus de Duitse journalist die zich verkeek op de mores van Nederlandse politici en pers. Kirchner voegde hieraan toe: 

Het begon vorig jaar met de pandemie, toen Rutte eerst van groepsimmuniteit sprak en daar korte tijd later niets meer van wilde weten, en zelfs bestreed dat hij dat woord überhaupt zou hebben uitgesproken. Maar ik had het zelf gehoord! Dat was het moment waarop ik dacht: hè, wat is daar aan de hand? In het parlement vond de meerderheid het geen probleem. Ik kon dat nauwelijks begrijpen. De toeslagenaffaire was een tweede sleutelmoment.’ 

En: 

Toen zwart-op-wit stond dat Rutte de waarheid niet had gezegd, dacht ik: nu is het voorbij. Vooral toen Rutte zei dat hij het zich verkeerd had herinnerd, want zo’n uitspraak is nooit waar. Nooit! Dan gaan bij mij alle alarmbellen af. Maar Rutte overleefde het. Maar het grootst was mijn verwondering over het gebrek aan publieke verontwaardiging. Wat daar gebeurde druist volgens mij in tegen politieke en morele wetten. 

Maar zowel ‘politieke-’ als ‘morele wetten’ zijn niet van kracht in Nederland, en wel omdat, zoals Nederlands’ grootste historicus Johan Huizinga uiteenzette: ‘Een staat, opgebouwd uit welvarende burgerijen van matig grote steden en uit tamelijk tevreden boerengemeenten, geen kweekbodem [is] voor hetgeen men het heroïsche noemt.’ Uit deze ‘burgerlijke sfeer sproten onze weinig militaire geest, de overwegende handelsgeest,’ waardoor ‘Hypocrisie en farizeïsme hier individu en gemeenschap [belagen]!’ Huizinga wees er dan ook op dat: ‘het niet [valt] te ontkennen, dat de Nederlander, alweer in zekere burgerlijke gemoedelijkheid, een lichte graad van knoeierij of bevoorrechting van vriendjes zonder protest verdraagt.’ 

Een vlees geworden voorbeeld van de politieke en journalistieke corruptie in Nederland was de in 2019 overleden Max van Weezel, die na zijn heengaan door de voltallige volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer werd herdacht. Zelf antwoordde in 2014 de parlementair journalist die ‘veertig jaar lang verslag van de vierkante centimeters op het Binnenhof’ had gedaan op de vraag ‘Wat deed u als u in Den Haag was?’:

Vooral gezellige dingen. Boekpresentaties met een borrel na, symposia met een borrel na, conferenties met een borrel na — alles in Den Haag heeft een borrel na. Het draait om socializen…

Je zit dicht op elkaar en dat is niet bevorderlijk voor een gezonde afstand tussen politici, voorlichters en journalisten… De parlementaire journalistiek is een veredelde vorm van sportjournalistiek… Je wilt je plek in de pikorde behouden…lang leve de recepties met glazen rode wijn en schalen bitterballen — vervolgens zit je om drie uur ’s nachts in de nachttrein naar huis. Ik voel me wel aangetrokken tot een hedonistisch leven. Het is een soort verlengd studentenbestaan tot je 63ste… Het geeft toch een kick als Mark Rutte je op de schouders slaat en zegt dat hij je artikel heeft gelezen. Dat werkt verslavend… Je telt toch mee… 

En omdat alle parlementaire verslaggevers in Den Haag verslaafd zijn aan schouderklopjes als gebaar dat je toch meetelt, is de polderpers even corrupt als de politici die hun ‘plek in de pikorde’ willen ‘behouden.’ Misschien wel het meest genadeloze ‘compliment’ die Van Weezel na zijn dood kreeg kwam uit de mond van de leugenachtige premier Rutte die Van Weezel prees ‘als decennialang één van de toonaangevende stemmen in de Nederlandse parlementaire journalistiek. Een scherp analyticus, altijd goed ingevoerd,’ en een journalist met wie de meest invloedrijke Nederlandse politicus, volgens eigen zeggen, over de jaren heen ‘een wederzijdse band van respect en persoonlijke waardering’ had ‘opgebouwd.’ Het is dan ook begrijpelijk dat een buitenlandse journalist als Thomas Kirchner van oordeel is dat de Nederlandse media, deel van het probleem zijn. In een tweet verweet hij de polderpers ‘tandeloze buddyjournalistiek.’ Een Volkskrant-journaliste, Sterre Lindhout, die zich kennelijk van geen kwaad bewust was, stelde hem daarop de vraag ‘waarom?’ Het antwoord was:

Ik lees dagbladen, met name de Volkskrant. Ook hier begon de verbazing in het begin van de pandemie. Na de televisietoespraak van Rutte dacht ik: moment, hoe zit het nou met die groepsimmuniteit? Maar in de Nederlandse media ging het lovend over zijn ‘presidentiële’ optreden. En toen hoorde ik ook nog hoofdredacteur Pieter Klok van de Volkskrant op de radio zeggen dat het niet ideaal is als er zoveel verschillende stemmen te horen zijn op een moment dat mensen zo bang zijn.

De vragenstelster vroeg tevens: ‘Welk gevaar dreigt er volgens u als dat niet gebeurt?’ Thomas Kirchner: 

Dan raken mensen gewend aan politieke toestanden die niet normaal zijn. Een premier die niet de waarheid spreekt, is niet normaal. Als daar geen noemenswaardige verontwaardiging over ontstaat, erodeert de politieke cultuur. Dan verliezen kiezers het vertrouwen. Dat is voer voor de vijanden van de liberale democratie. En die zijn toch al sterk genoeg.’

Max van Weezel werkte evenwel niet voor ‘de kiezers,’ maar  ter meerdere eer en glorie van zichzelf, want, zoals de necrologie in de NRC vermeldde: 

Erbij zijn, vooraan staan, meetellen. Het in zijn eigen woorden ‘joodse jongetje dat er van Adolf Hitler eigenlijk niet had mogen zijn,’ genoot van het gekend worden… Doe ik er nog wel toe, is de altijd prangende vraag,’ zei hij afgelopen zomer (7 juli 2018) in een vraaggesprek met NRC. 

Een feitelijk voorbeeld, gegeven door Alexander Pechtold, voormalig leider van D66: 

Het kwam voor dat Max midden in de nacht gebeld werd. Hans (van Mierloo, geestelijk vader van D’66. svh) was ontevreden. Zo kon het niet. Hij wilde het interview intrekken. Max maakte dan goedmoedig acceptabele aanpassingen. Net zo lang tot Van Mierlo zich senang (tevreden. svh) voelde. Terwijl Max me dit vertelt besef ik: het feit dat hij die tijdrovende exercitie keer op keer toestond spreekt boekdelen over zijn nobele geduld en het belang dat hij hecht aan een aanvaardbare uitkomst. Hij gaat niet alleen voor het lekkere verhaal in het blad, maar ook voor de gemoedsrust van de politicus.

 

Zo werkt dit in de kleine Nederlandse journalistiek. Doordat iedereen die meetelt de ander die meetelt te vriend moet houden, wil men niet uit de vriendenclub gestoten worden, en is de Nederlandse journalistiek door en door corrupt geraakt. Binnen deze context functioneert Caroline de Gruyter en al die anderen van de politieke pers, die net als Max van Weezel ‘onder één deken liggen’ met degenen die zij zouden moeten controleren, omdat, zoals Van Weezel toegaf,

[politieke] voorlichters gebruik [maken] van het geestelijk vacuüm dat in de journalistiek is ontstaan. Ze ‘steken iets in,’ zoals dat in jargon heet… Niet alleen het aantal journalisten op het Binnenhof is toegenomen. Er zijn ook 500 of 600 persvoorlichters, woordvoerders, PA-consultants, of hoe ze zich ook noemen. Er is een handel ontstaan in primeurs, in voorkennis van beleidsnotities. Er wordt je een idee aangereikt en als je belooft dat je het plaatst, krijg je het exclusief. Als journalist hoef je niet meer zelf op een nieuwsfeit te komen door te netwerken en rond te vragen. Die handel is deel gaan uitmaken van ons metier, het is een vervalsing van het vak. Eigenlijk begrijp ik niet dat journalisten erin meegaan, maar ik doe het zelf ook. Nog een stapje verder kom je uit bij de popularisering waaraan de spindoctors sterk hebben bijgedragen. Het is een soort preventieve voorlichting, die allengs persoonlijker is geworden. Het beeld dat politici en Haagse journalisten onder één deken liggen klopt, het is de werkelijkheid.

 
Lees hier verder…

Uitgelicht: bron – Ingevoegd: foto VN

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.