Wilhelmina met Michiels van Kessenich vlak na de bevrijding van Maastricht.
Een moreel oordeel vellen is makkelijk, maar zonder veel omhaal van woorden kun je wel stellen dat deze man een collaborateur was en daarbij desnoods over lijken ging om zijn eigen hals te redden. Toch werd het ancien regime na de oorlog weer meteen in ere hersteld. Hoe is het overigens mogelijk dat dit alles pas nu in de openbaarheid komt?
NIEUWE FEITEN BEKEND OVER ROL OUD-BURGEMEESTER MICHIELS VAN KESSENICH VAN MAASTRICHT IN WOII
De Maastrichtse oorlogsburgemeester Willem Michiels van Kessenich zou met de kennis van nu geen straat meer naar zich vernoemd krijgen. Dat stelt een commissie met huidig burgemeester van Maastricht Wim Hillenaar naar aanleiding van een onderzoek naar onder meer de rol van Michiels van Kessenich in de Tweede Wereldoorlog.
Annelies Hendrikx

De resultaten van het onderzoek ‘Onvoltooid verleden’ naar geroofd Joods onroerend goed in Maastricht, uitgevoerd in opdracht van de gemeente, werpen een andere blik op de rol van de oud-burgemeester in de oorlog. Zo voerde hij vanaf het begin van de bezetting ‘op kille en afstandelijke wijze’ de opdrachten van de bezetter uit. Volgens Hillenaar zijn feiten boven water gehaald die bij de gemeente niet bekend waren. De begeleidingscommissie van het onderzoek, met Hillenaar als voorzitter, spreekt van een ‘uiterst kille houding richting Maastrichtse Joden’.
Michiels van Kessenichpassage
Ruim twee jaar geleden werd er nog een straat vernoemd naar de man die bijna dertig jaar burgemeester was van de stad: de Michiels van Kessenichpassage in Wittevrouwenveld. „Dit rapport maakt duidelijk dat dat besluit met de kennis van nu niet zou zijn genomen”, zegt de commissie in haar advies.
Toch is die boodschap voor het huidige college geen aanleiding om alsnog een discussie over de straatnaam te starten. „We constateren dat hij burgemeester was in oorlogstijd, maar ook dat hij na de oorlog meermaals herbenoemd is, waaruit te concluderen valt dat er ook veel waardering is geweest voor zijn burgemeesterschap”, zo laat het college weten.
Onderzoeker Erik van Rijsselt wil Michiels van Kessenich niet meteen ‘fout’ noemen: „Je moet het natuurlijk zien in de tijd, maar vast staat wel dat hij zich op geen enkel moment heeft verzet tegen de invoering van de maatregelen van de bezetter.” Volgens hem had de burgemeester wel „echt anders kunnen handelen. Waar hij kon afwijken, deed hij dat niet. Hij had een overgangsperiode voor Joodse kinderen kunnen creëren toen zij het regulier onderwijs moesten verlaten en de invoering van maatregelen kunnen vertragen. Maar hij koos voor de harde opstelling.”
Ontluisterend
Het rapport schetst een ontluisterend beeld van de lokale overheid in Maastricht in oorlogstijd. Men dacht volop mee met de bezetter en probeerde deze zo veel mogelijk te behagen, is het beeld dat beklijft.
Michiels van Kessenich was er burgemeester van 1937 tot einde zomer 1941, toen hij net als 43 andere Limburgse collega’s ontslag nam vanwege het leidersbeginsel, waarmee burgemeesters rechtstreeks onder commando van de Duitsgezinde gouverneur kwamen.
Dat terugtreden leidde tot ongenoegen bij Binnenlandse Zaken, waar ze vonden dat burgemeesters zo lang mogelijk in functie moesten blijven. Het zorgde voor een dilemma. Aanblijven betekende samenwerken met de bezetter, bij aftreden werd men vaak vervangen door een NSB’er.
Tijdens het eerste jaar van de bezetting gaf Michiels van Kessenich opdracht tot de uitvoering van alle Duitse maatregelen, zoals de Jodenregistratie en het weren van Joodse kinderen uit het regulier onderwijs. Ook moest de politie de beperkingen handhaven en werden lijsten gemaakt van Joods bezit, waarbij werd toegezien op het inleveren van dat ‘eigendom.
Voorbeelden
In het rapport worden twee voorbeelden uitgelicht ter illustratie van de burgemeester’s kille en afstandelijke houding. De eerste betreft verzoeken van Joodse ouders voor ontheffing, zodat hun kinderen op hun school konden blijven. Die werden resoluut afgewezen. Ook troffen de onderzoekers een gratificatieverzoek aan voor ambtenaren vanwege hun ‘bijzondere dienstprestatie’ bij de ‘succesvolle registratie’ van Joden.
Op de vraag of hij een andere keuze had, komen ze tot de conclusie dat hij zich ‘op geen enkel moment heeft verzet, de maatregelen punctueel uitvoerde en erop toezag dat het doel werd bereikt’. Op momenten dat hij kon afwijken, koos hij voor ‘de harde opstelling’.
Zijn optreden leverde nadien elf klachten op bij de Zuiveringscommissie. „Hij beriep zich op bureaucratische toon dat hij slechts uitvoerde wat was opgedragen. Daarmee was het afgehandeld.”
Gijzelaarsdrama
Toch liep het maar net goed af voor Van Kessenich, vanwege het ‘gijzelaarsdrama van 1940’. Hij werkte mee om tien gijzelaars aan te wijzen die bij verzet van de lokale bevolking zouden worden gefusilleerd. „Hij gaf niet de namen van hemzelf en het gemeentebestuur op, maar namen waaronder die van Maastrichtenaren die hem onwelgevallig waren.” De Zuiveringscommissie oordeelde dat grove fouten waren gemaakt, maar het liep met een sisser af. „De commotie had wel tot gevolg dat Michiels van Kessenich voor de functie van minister van Binnenlandse Zaken werd gepasseerd.”
BRON
De Limburger – 30 september 2023
Foto’s: © Fotopersbureau Het Zuiden