De keizer en Rudy Kousbroek

Crown Prince Hirohito and Britain’s King George V at London’s Victoria Station in 1921
Hirohito in Europe: 100 years on, historic imperial trip celebrated for its vision of peace.


 

Hirohito vaarwel

Afscheid van een verlegen intellectueel

Keizer Hirohito is nog niet dood en al helemaal nog niet begraven, maar in Nederland woedt volop het debat over het bewijzen van de laatste eer.
Mag de minister van buitenlandse zaken zelf naar Tokio om de honneurs waar te nemen? Of dient de Nederlandse regering straks de laatste gelegenheid aan te grijpen om haar verachting te laten blijken jegens ‘de grootste oorlogsmisdadiger aller tijden’?
‘Dat is nu Nederland. Onbehouwen. Niet op de hoogte. Haatdragend.’ – Bewogen bedenkingen van Rudy Kousbroek.
 

Rudy Kousbroek

Twee data die ik mij altijd zal herinneren: 31 Augustus en 29 April; de eerste staat mij onuitwisbaar in het geheugen gegrift als Koninginnedag – de echte Koninginnedag, van het Oude Nederlandse Imperium -, de tweede als de verjaardag van de Keizer van Japan. Niet alleen Koningin Wilhelmina maar ook de Keizer van Japan heeft een tijdlang over ruim 70 miljoen Nederlandse onderdanen geregeerd; beide verjaardagen roepen bij mij bewogen herinneringen op.
Ik denk dat ik de enige Nederlander ben die de Japanse keizer welkom heeft geheten toen hij in 1971 naar Nederland kwam. Een aantal malen, vooral in die periode en nog een paar keer daarna heb ik geprobeerd hem te verdedigen tegen de hoogst onverdiende beschuldigingen die, voornamelijk door de ex-Indische gemeenschap, tegen hem werden ingebracht. Deze pogingen werden telkens gevolgd door felle discussies en ingezonden en anonieme brieven (dat wil zeggen hate mail).
Vooral de laatste zijn onthullend; zij bevestigen op onloochenbare wijze dat primitieve denkbeelden over gezag en niet in de laatste plaats racisme de werkelijke inzet van de hele kwestie vormen. Ik heb onlangs een paar uur doorgebracht met het herlezen van deze oude paperassen en het is om moedeloos van te worden. Ook internationaal is het figuur dat Nederland in deze kwestie heeft geslagen in mijn ogen jammerlijk en beschamend.
In Frankrijk gaf president Pompidou een receptie voor de keizer waarbij het voltallige kabinet aanwezig was. In Denemarken werd hij door Frederik IX persoonlijk van het vliegtuig gehaald. In Engeland werd de keizer officieel door koningin Elizabeth ontvangen en rondgereden in een open rijtuig.
 
Tot een dergelijke civiele zelfbeheersing zijn Nederlanders blijkbaar niet ’n staat. De situatie bij ons wordt nog het best gekarakteriseerd door het initiatief van Boer Koekoek, fractievoorzitter van de Boerenpartij in de Tweede Kamer: deze diende bij de Amsterdamse officier van justitie officieel een verzoek in de keizer van Japan bij aankomst op te laten pakken wegens moord op 20.000 Nederlanders.
Dat is nu Nederland. Onbehouwen, niet op de hoogte, haatdragend. Dan heb ik het nog niet gehad over het bekende nummer v an Wim Kan die in de gelegenheid werd gesteld de mensen via de televisie op te jutten tot demonstraties, die dan ook inderdaad uit de hand zijn gelopen. Nederland is het enige land ter wereld waar met een beroep op het ‘recht op rancune’ ongeïnteresseerdheid in de werkelijke toedracht aanvaardbaar wordt gevonden.
Dat recht op onlustgevoelens is bij ons blijkbaar een algemeen aanvaard principe. Zo heb ik in Nederland eens een heel merkwaardig twistgesprek gehad met iemand die geloofde dat de functie van een magnetronoven op ‘straling’ en dus op ‘radioactiviteit’ berustte, en zelfs nadat ik hem van de onjuistheid van deze opvatting had weten te overtuigen onverminderd het recht claimde om ‘actie te voeren’ tegen die apparaten, eenvoudig op grond van zijn ressentiment.
Nu kan men zeggen: de ware toedracht met betrekking tot de Japanse keizer was niet goed bekend, en niet erg toegankelijk. Daar is lang over te strijden; het is waar dat de feiten slecht bekend waren (en zijn), maar ontoegankelijk waren zij niet; de zaak is meer dat met veel minder moeite toegang is te verkrijgen tot onjuiste feiten, en Nederlanders houden niet van moeite. Het hele probleem herinnert aan een gelijkenis, afkomstig van een Oosteuropese rabbi, om te illustreren dat goede en slechte informatie niet gelijkwaardig zijn: ‘Ik zal overal rondvertellen dat jouw dochter een hoer is, dan mag jij overal zeggen dat het niet waar is.’
 
De voornaamste bron van misinformatie was het boek The imperial Conspiracy door David Bergamini, met veel gevoel voor timing verschenen op het moment dat de Japanse keizer zijn tournee door Europa maakte. De keizer, zo beweerde Bergamini in dit lijvige werk dat op dat moment nog niet in Europa te krijgen was, had tijdens de oorlog in hoogst eigen persoon alle belangrijke beslissingen genomen; alles, van de verrassingsaanval op Pearl Harbor tot de Birma Spoorweg, was zijn initiatief geweest, een feit dat door alle Japanners die er van wisten verborgen was gehouden (blijkbaar met het oog op de toekomst). Kortom een samenzwering, maar niet zo perfect of hij, Bergamini, had in tegenstelling tot al die domme zogenaamde experts alles doorzien.
Dat haalde uiteraard alle voorpagina’s. Menige gerepatrieerde had het altijd al geweten; Wim Kan beriep zich expliciet op het boek om zijn acties te rechtvaardigen en raadde premier Biesheuvel aan het ook eens te lezen (niet slecht voor iemand die het zelf niet gelezen had).
Maar toen later Bergamini’s onthullingen van fouten en verzinsels aan elkaar bleken te hangen, haalde dat geen enkele voorpagina. Een paar mensen, onder wie ikzelf, schreven er over, maar niemand ging er op in. Ik heb mij daar toen buitengewoon kwaad om gemaakt en aan verschillende figuren, zoals Willem Brandt en Wim Kan, fotokopieën gestuurd van de voornaamste publikaties waarin Bergamini’s bedrog en onkunde werden aangetoond, op een manier die voor een bona fide lezer afdoende zou moeten zijn. Niemand in dit illustere gezelschap heeft de eerlijkheid gehad zich te herroepen. (Het boek zelf, dat hun de ogen had kunnen openen, alleen al door de onzin die er over Nederland en Nederlands-Indië in staat, hebben zij ook later uiteraard nooit gelezen, zoals zij kennelijk ook nooit enig ander historisch werk over dat onderwerp hadden ingekeken; vandaar ook dat het bij zulke mensen geen achterdocht oproept wanneer een publikatie in een klap alle voorafgaande geschiedschrijving van de tafel pretendeert te vegen).
Een van de gevolgen van dit alles is dat er in Nederland nog steeds naïevelingen rondlopen die denken dat Bergamini een ‘historicus’ was die de ‘schuld’ van de keizer heeft ‘aangetoond’. Het boek prijkt nog vrolijk op het literatuurlijstje van menige Nederlandse publikatie over de Japanse kampen en er zijn altijd wel weer een paar verdoolde ingezonden brievenschrijvers die triomfantelijk aankomen met de Australiër William Webb, een voormalige rechter aan het Tokio Tribunaal, die destijds Bergamini’s boek van een betreurenswaardig voorwoord heeft voorzien.
 
Wordt in de beschaafde wereld Bergamini dus niet meer genoemd, dat wil niet zeggen dat er geen complicaties verbonden zijn aan de kwestie van de keizerlijke verantwoordelijkheid tijdens de oorlog.
Ik kan tot op zekere hoogte begrijpen dat er mensen zijn die zeggen: hij was verantwoordelijk; het feit dat hij niet zelf schuldig was aan de oorlog, dat hij die ongetwijfeld niet gewild heeft, ja zelfs dat hij heeft bijgedragen tot de beëindiging ervan zodra hij daar de gelegenheid toe kreeg – het mag allemaal waar zijn, maar hij droeg de verantwoordelijkheid. Zijn naam stond onder de oorlogsverklaring, in zijn naam werden misdaden begaan. Dat is niet mijn standpunt, maar ik kan er een zeker begrip voor opbrengen.
Dat kan ik niet voor figuren als kolonel Boekholt, die nog niet lang geleden weer eens kraaide dat ‘keizer Hirohito de grootste oorlogsmisdadiger aller tijden’ is. Ik kan daar niets anders in zien dan een barbaarse houding, dat wil zeggen kwade wil gepaard aan een grenzeloze domheid. ‘Pas sortable’ noemen ze in Frankrijk zo iemand en het is mij inderdaad een raadsel dat de Indische gemeenschap zich door zo’n kneusje laat vertegenwoordigen. Het lijkt mij ook verkeerd dat zo iemand door de regering en ’ten paleize’ wordt ontvangen. Voor sommige mensen, zou ik zeggen, blijft de deur op de knip. Ziedaar dus wat in mijn ogen op geen enkele manier aanvaardbaar is te maken of goed te praten: het bewust en moedwillig vasthouden aan een onware voorstelling van zaken.
Meestal is een dergelijke houding overigens ook gebaseerd op een primitief begrip van macht en gezag. Het heeft trekken van de manier waarop een kind zich een keizer voorstelt: een figuur bekleed met absolute macht, die zelf over alles beslist en dus ook van alles op de hoogte is (het fantasme van Bergamini); alle Japanners gehoorzaamden hem immers blindelings? Hij had dus ook de macht om op ieder moment de oorlog te ‘verbieden’.
 
En dan is er de eeuwige ongeïnteresseerdheid in de feiten. Een huiveringwekkend voorbeeld was een artikel van de arts P.G. Bekkering, die met zijn vrouw Marije de zachte sector vertegenwoordigt in de Recht op rancune-beweging. Een anderhalf jaar geleden schreef hij een artikel in deze krant naar aanleiding van het voorgenomen koninklijk bezoek aan de keizer van Japan: een lauw bad van slap geleuter, overlopend van begrip en honing, maar hij was dan toch maar tegen, en waarom? Omdat ‘in deze symbolische ontmoeting alleen een zekere mate van oprechtheid [kon] schuilen wanneer uitdrukkelijk van Japanse zijde en wel door de hoogste vertegenwoordiger in dat land, de keizer, zelf, al datgene wat destijds is misdaan, wordt benoemd, erkend en betreurd’.
Ik denk niet dat Bekkering net als Boekholt bewust en moedwillig een onware voorstelling van zaken gaf, maar een onware voorstelling van zaken blijft het. De keizer heeft wat in de oorlog gebeurd is wel degelijk ‘erkend en betreurd’; hij heeft dat officieel gedaan onder andere op een persconferentie in 1971, en nog eens in 1975 bij gelegenheid van zijn bezoek aan Amerika, en bovendien meermalen officieus, dat wil zeggen in privé-gesprekken, zoals recentelijk met president Cory Aquino van de Filippijnen. Hij deed dat expliciet en duidelijk (‘Hirohito betuigt zijn spijt over de oorlog’ luidde bijvoorbeeld de kop in het Algemeen Dagblad van 17 november 1971), en in het privé-gesprek met Aquino is hij kennelijk zelfs veel verder gegaan dan zijn entourage gepast vond.
Maar nog niet ver genoeg naar de smaak van Bekkering, die wil dat ‘al datgene dat destijds is misdaan wordt benoemd’.
Bekkering maakt over dat schuldbekennen en -betreuren uitgebreide vergelijkingen met Duitsland. Hij heeft het over ‘de vernietiging van joden en zigeuners’ en de ’tot systeem verheven misdadigheid’, die door president Von Weizsacker in 1985 werden ‘erkend en herkend’. Nu is het alleen al de vraag of het redelijk is van een constitutioneel vorst te verlangen om dat zo te doen; hoe zou koningin Wilhelmina, kan ik niet nalaten hierbij te denken, de Atjeh-oorlog (100.000 doden) hebben ‘benoemd, erkend en betreurd’? Misschien dat Boer Koekoek daar het antwoord op zou hebben geweten, of anders zouden we het eens kunnen vragen aan kolonel Boekholt.
Maar dat zijn in dit verband nog bijzaken. Waar het om gaat is dat Bekkering het bestond om over deze dingen te schrijven zonder met een woord te reppen van een fundamenteel onderscheid: de Japanners hebben nooit systematisch zes en een half miljoen mensen uitgeroeid. Zij hebben zich hier en daar flink misdragen maar wat de Duitsers hebben gedaan is iets van een totaal andere orde. Dat geeft die hele breed uitgemeten tirade van Bekkering in mijn ogen iets infaams. Hij wekt de indruk dat het om vergelijkbare dingen gaat. Het is of dat in ieder debat over de Indische internering weer naar boven komt.
 
Dit alles moet niet verward worden met het feit dat in Japan de laatste tijd een tendens is waar te nemen de eigen rol in de Tweede Wereldoorlog te verdoezelen en zichzelf meer en meer af te schilderen als het slachtoffer van de oorlogshandelingen, waarbij vooral het gebruik van de atoombom wordt voorgesteld als een daad van weergaloze onmenselijkheid.
Naar mijn overtuiging zouden de westerse regeringen zich daar beheerst maar krachtig tegen moeten verzetten; in de eerste plaats door niet mee te doen aan alles wat de Japanners in deze opvatting kan steunen, zoals helaas bij de herdenkingen in Hiroshima nog telkens weer gebeurt, maar meer in het algemeen door het tonen van deskundigheid en inzicht in de werkelijke situatie. Een voorbeeld van het tegendeel is die beschamende en volstrekt onverdiende blinde vijandigheid jegens keizer Hirohito, die zich steeds wanneer de omstandigheden het toelieten een tegenstander van de oorlogspolitiek heeft betoond, en in 1945 het initiatief tot de capitulatie heeft genomen. Het is waar dat het gebruik van de atoombom de mogelijkheid daartoe had doen ontstaan, maar er wordt weinig bij stil gestaan wat er zou zijn gebeurd wanneer de keizer anders had gehandeld. Het is volstrekt niet ondenkbaar dat de legerleiding (zoals bekend is nog geprobeerd de grammofoonplaat met de capitulatietoespraak te onderscheppen) zou hebben gekozen voor een verdediging tot het uiterste, met apocalyptische gevolgen, ook voor de geïnterneerden in Nederlands-Indië.
Ik houd mijn hart vast bij de gedachte aan de lawine van desinformatie waarop de media ons wel weer zullen vergasten wanneer keizer Hirohito komt te overlijden. Tijdens de oorlog deelde ik uiteraard de toen gangbare aversie tegen de keizer, maar naarmate ik meer over hem te weten kwam is hij mij steeds sympathieker geworden. Alleen al zijn grote verlegenheid neemt mij voor hem in. De meeste mij bekende vorstelijke personen houden zich bezig met jagen of het fokken van rashonden; maar de Japanse keizer is een bioloog van naam, die veertig nieuwe zeewaterorganismen heeft ontdekt, waarvan er verschillende naar hem zijn genoemd; die vele wetenschappelijke publikaties op zijn naam heeft staan en werd gekozen tot lid van de Royal Society. Naar mijn beste weten is hem geen verwijt te maken en zonder hem zouden zowel kolonel Boekholt als ik niet meer in leven zijn.

 


Gepubliceerd  in NRC Handelsblad van 8 oktober 1988.


 

 

Uitgelicht: bron – FROM THE COLLECTION OF STEVE SUNDBERG (OLDTOKYO.COM)

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.