"Kapitaal, staat en arbeid" – 2


 

Crisis tachtiger jaren



De nieuwe structurele wereldcrisis begint in de tweede helft van 1979 wederom in de V.S.. In 1980 omvat zij alle grote westerse industrielanden. In 1981 begint de wereldhandel te stagneren, de industriële productie loopt terug. Het werklozencijfer stijgt in deze landen van 11 miljoen in 1970, naar 16 miljoen (1974/75) tot 35 miljoen (voorjaar 1983). In de V.S. zijn dan over de 12 miljoen werklozen geregistreerd, Youngstown (Ohio) met een traditioneel sterke staalindustrie bereikt zelfs een werklozenpercentage van 90% (1982), terwijl de grootste faillissementsgolf woedt sinds 1930/31. Tienduizenden bedrijven gaan over de kop.

De meeste landen stimuleren weliswaar de afnemende investeringsprikkel (Reagan: SDI) en daardoor zijn de gevolgen van de crisis nog niet direct algemeen merkbaar, maar tegelijkertijd stijgt door deze politiek de staats- en privaatschuld. Sommige landen drijven op een staatsbankroet af, zoals België (ondanks de volmachten van de regering Martens), Groot-Brittannië (Tatcher) en Denemarken. Dit leidt wederom tot verdere inflatie door het drukken van ongedekt geld. De rentevoet wordt verhoogd zodat de banken hun winst blijven innen en de herverdeling van beneden naar boven wordt versneld (de hypotheeklasten van loonafhankelijken kunnen steeds moeilijker of niet meer worden opgebracht), maar tasten ook de reserves van de grote concerns aan.

De winsten van ondernemers zijn t.o.v. de jaren vijftig gehalveerd. Getracht wordt de totale loonkosten in te krimpen door rationalisatie en automatisering, afschaffen van premies e.d., loonkortingen, ontslagen, werktijdverkorting, het tegengaan van ziekteverzuim enz. De uitbuiting van het proletariaat wordt weer verscherpt! Door de daling van de koopkracht treedt de neerwaartse spiraal verder in werking. Marx schreef ruim honderd jaar geleden:

“Jeder Kapitalist weiss von seinem Arbeiter, dass er ihm gegenübersteht nicht als Produzent dem Konsumenten und wünscht seinen Konsum sein Salär, möglichst zu beschränken. Er wünscht sich natürlich den Arbeiter der anderen Kapitalisten als möglichst grossen Konsumenten seiner Waren. Aber das Verhältnis jedes Kapitalisten zu seinen Arbeitern ist das Verhältnis überhaupt von Kapital und Arbeit.”

De enige angst overigens die in financiële kringen heerst is een herhaling van de beurskrach uit 1929. Door de grote schuldenlast van vooral de Derde Wereldlanden met zelfs problemen rond de aflossing van de rente op deze schulden zouden wel eens meerdere grote banken in liquiditeitsproblemen kunnen geraken, waardoor het bankroet dreigt niet alleen van deze banken maar voor het gehele kapitalistische banksysteem. Tot nog toe heeft het functioneren van het IMF dit weten te voorkomen. Een internationale bankkrach zal tot een ongekende verscherping van deze crisis leiden, de wereldhandel zal ineenstorten en de werkloosheid met grote sprongen doen stijgen. Of het zover komt valt niet te overzien, oplossingen voor het kredietwezen zijn nog niet in zicht. In de V.S. herinnert men zich weer zonder gêne aan de goede oude tijd, toen men landen van Latijns Amerika kanonneerboten en mariniers stuurde om deze landen tot het betalen van hun schulden te dwingen. Het geeft te denken dat de V.S. in 1986 ongeveer 1 biljard (1000 miljard) aan bewapening uitgaf hetgeen meer is als de schuldenlast van alle arme landen tezamen. Wie financiert hier wat of anders gezegd wie betaalt zijn eigen vernietiging?

Hoe wordt nu getracht uit het dilemma van deze structurele crisis te komen? Op een toch wel bijzonder merkwaardige wijze zijn de kaarten gezet op de rol van de politiek, niet om bijvoorbeeld op Keynesiaanse wijze corrigerend op te treden tegen de uitwassen van het kapitalisme maar door zoveel mogelijk de politieke en bureaucratische functie van de overheid terug te dringen. Zoals ik al zei hebben de liberalen de oorzaak van een crisis steeds geweten aan belemmeringen die van buiten op het marktmechanisme worden uitgeoefend en geweigerd deze te zoeken bij het streven van het kapitalisme om maximale winsten te behalen.

Het zijn de neo-liberalen die in de meeste westerse landen nu kans zien hun opvattingen in politiek handelen om te zetten. In Nederland is de minister van financiën, Ruding, er een vertegenwoordiger van. Ze zien de markt van vraag en aanbod als een volmaakte instelling en men moet haar dus de kans geven zich zo goed mogelijk door te zetten. De bestaande werkelijkheid met zijn armoede, werkloosheid, milieuvernietiging, onderontwikkeling en oorlogsdreiging, moeten niet opgelost worden door deze problemen te lijf te gaan en de oorzaken weg te nemen, maar in een verdere uitbreiding van het marktmechanisme, hetgeen op kosten gaat van genoemde problemen. Degenen die hier tegen ageren worden bestempeld als tegenstanders van de vrijheid. Milton Friedman (adviseur voor de regeringen van Chili en Israël, nobelprijswinnaar) zegt ’t zo:

“Een van de hoofdoorzaken bij de bestrijding van de vrije economie is juist het feit, dat ze haar taak zo goed vervult. Ze geeft de mensen dat, wat ze willen, en niet dat, wat een bepaalde kleine groep haar wil opdringen. Achter de meeste argumenten tegen de vrije markt staat het tekort aan geloof in de vrijheid zelf.”

Franz J. Hinkelammert:
“Vom totalen Markt zum totalitären Imperium”
(Das Argument)

Een uitspraak uit 1984 (Orwell…!). Om te illustreren hoe dit denken in een politieke ideologie vertaald wordt geef ik hiernaast een deel weer van een artikel over de in de V.S. heersende ideologie, uitgedragen door president Reagan, welke ook in Europa steeds meer aan invloed wint.

Het opnieuw van stal halen van dubieuze oude waarden en ook het misbruiken van formuleringen uit socialistische hoek is al eens eerder vertoond, Hitler cs waren er zeer bedreven in. In Nederland wordt het nieuwe tijdperk ingeluid door lieden als Van Agt en Rietkerk (“de tijdgeest”). Naast de aangeduide herijking van morele waarden moeten ook de politieke spelregels aangepast worden. Uitgangspunten hiervoor zijn:

– alles wat het vertrouwen in het kapitalistisch systeem kan ondermijnen, moet vermeden worden;
– de prestatiemoraal moet weer zegevieren: “in het zweet Uws aanschijns zult gij Uw brood verdienen”;
– disciplinering van de arbeidende bevolking.

Vertaalt naar de praktijk betekent dat: verlaging uitkeringen, uithollen van de CAO afspraken (het wurgen van de vakbeweging), de overheid efficiënter maken t.b.v. het economische systeem (deregulering, inkrimping ambtelijk apparaat), bewegingsruimte van het parlement en met name de oppositie inperken (volmachten, de regering wordt praktisch autonoom), privatisering van rendabele overheidsbedrijven, overheidsinvesteringen slechts op die terreinen die nuttig zijn voor het kapitalistisch systeem (afbraak van de verzorgende sectoren).

Gonny Scaf / Maastricht / april 1987




Gebruikte literatuur:

– “De Groene Amsterdammer” – jaargangen 1974 tot heden: artikelen over een veelvoud van onderwerpen, van “oliecrisis” en “arbeiderszelfbestuur” tot “filosofen rond Lubbers” en “vrouw en armoe”. over en van Siep Stuurman, Charles Levinson, prof. Teulings, Habermas e.v.a.;

– “Das Argument” – nr. 144 (1984): “Arbeitsteilung und Frauenpolitik”, nr. 145 (1984): “Krise und Keynesianismus” en nr. 158 (1986): “Das Reich der Marktfreiheit”;

– Günther Anders: “Die Antiquiertheit des Menschen” – Zweiter Band – pag. 91-109 (München, 1980);

– Cornelius Castoriadis: “Les carrefours du labyrinthe” (Duits: “Durchs Labyrinth – Seele, Vernunft, Gesellschaft”) – pag. 195-220 (Frankfurt am Main, 1981);

– Herbert Marcuse: “Geweld en vrijheid” – politieke opstellen (Amsterdam, 1977).



“Kapitaal, staat en arbeid”:

deel 1 – Een korte historische terugblik
deel 3 – Werk en Werkloosheid


Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.