De Sacré-Coeur en de Commune

Malerslust


 

Har Verkooyen



Nooit van mijn leven ben ik in de Sacré-Coeur geweest. En hoe oud ik ook mag worden en met welke verleidingen ik ook gelokt zou worden: nooit van mijn leven zal ik een voet in die kerk zetten in die toeristische attractie, in dat architectonisch monster – ontworpen door twaalf architecten in dertien stijlen – dat niet alleen over Montmartre domineert maar over heel het arbeidersgedeelte van Parijs, deze witte suikertaart van huichelachtigheid, deze bloedbasiliek voor het heilig hart van Jezus (hoe bedenk je het!). Nooit zal ik binnengaan in dat monument voor de massamoord op de Commune van 1871.

Voorbij de périf loop ik over de Avenue de Clichy naar boven tot waar de Avenue de Saint-Ouen zich bij haar voegt. Het punt van samenkomst heet La Fourche, wat “gaffel” betekent. Hier kijk ik terug in de richting van Clichy, dat beneden op de Seine-oever ligt en zie hoeveel de straat naar boven klimt, tot hier aan de voet van de heuvel van Montmartre. Langs deze route trokken de troepen van Versailles in mei 1871 op en werden hier met de eerste barricade opgevangen. Ze lag strategisch goedgekozen, want naar beneden vecht het makkelijker dan bergop.

Ik loop rechtdoor naar de Place de Clichy en dan linksaf naar de begraafplaats van Montmartre. Daar is het prachtige graf van Heinrich Heine, vluchteling en tijdgenoot van Karl Marx. Het is een stralend witte buste op een marmeren pilaar die een paar meter hoog is. Als de zon erop schijnt straalt het beeld boven al het grijs uit. Er moet een comité zijn dat de buste en de pilaar jaarlijks reinigt. Aan de overkant van het laantje is het graf van Anatole, laatste champêtre (veldwachter) van Montmartre, een beetje carnavallige figuur – die me aan de beste kanten van Limburg doet denken, toen dat nog niet bang was om gek te zijn.

Montmartre was een rebels dorp. Dit in sterke tegenstelling tot Montparnasse, die burgerlijke wijk in het burgerlijke zuiden van Parijs. Toen daar dan ook een hardloopwedstrijd werd georganiseerd, hield Montmartre er ook zo een, maar wel eentje die door alle kroegen kwam. Kunstenaars aller tijden voelden zich hier thuis, behalve de Amerikaanse, die van niets wisten en dachten dat Parijs overal Parijs was.

De opstand in 1871 begon terwijl de regeringstroepen van Versailles voor de Duitsers de stad belegerden en haar overgave eisten. De Commune, het radikale zelfbeheer van de stad, werd uitgeroepen nadat de vrouwen van Montmartre de overgave van Parijs verhinderden. Zij weigerden de kanonnen die bovenop de butte stonden te laten stelen voor het leger van Versailles. Van de hoogte van Montmartre uit was er vrij schootsveld over een groot gedeelte van de stad. Aan de zuidelijke kant van de heuvel was elke straat naar boven gebarricadeerd.

Na twee maanden Commune vielen de regeringstroepen Parijs binnen, toen de Porte de Saint-Cloud verraden was. Dat vormde op 21 mei 1971 het begin van de Bloedige Week van straat- en barricadegevechten, waarin de rebellen van Montmartre een grote rol speelden.

Ze heet niet voor niets Bloedige Week. Duizenden communards werden gedood, vermoord en geëxecuteerd.  De barricades werden gesloopt, vaak pas na de dood van de laatste verdediger. Vrouwen vochten mee. Louise Michel, de onderwijzeres, was een van de strijders en op Place Blanche was er een barricade die uitsluitend door vrouwen werd verdedigd. De strijd trok van West naar Oost over de stad en dreef de communards voor zich uit, tot op dat andere grote kerkhof van Parijs, Père-Lachaise, waar ze streden tussen de graven, maar daar uiteindelijk tegen de oost-muur, de Mur des Fédérés, geëxecuteerd werden. 147 communards werden daar in een massagraf gegooid. Toen ik er in 1970 voor het eerst kwam staken er rode rozen in de kerkhofmuur en nog steeds zijn er altijd verse rode rozen.

De nederlaag van de Commune werd gretig gevierd door de ‘jeunesse dorée’ uit de betere quartiers, het 15e en het 16e arrondissement, deze hyena’s van de revanche. Ze trokken met messen en knuppels bewapend Montmartre en de faubourgs in en sloegen of staken iedereen dood die er als een arbeider uitzag.

In 1875 werd besloten dat deze moord op het eerste socialistische experiment plechtig herdacht en gevierd moest worden, en wel met een immense kerk die boven de stad moest uitrijzen, midden in het opstandige Montmartre. Rome gaf het bouwwerk de titel basiliek. De bouw was pas in 1914 voltooid en ze werd in 1919 ingewijd, met alle katholieke bombast die maar voorstelbaar is.

De Sacré-Coeur toont één zijde van het dubbele karakter van Parijs: aan de ene kant rebels en vrijheidslievend, aartsconservatief aan de andere. Maar hoe dominant en reactionair het gebouw ook mag zijn, onze kant blijft zichtbaar tot aan zijn voet. De hele trappenconstructie waarlangs je naar de kerk klimt ligt op Square Louise Michel. En nog dichter bij de kerk, op Square Nadar, een beschaduwd pleintje met banken en bomen waar je van de toeristendrommen weinig merkt, staat een standbeeld een lange neus te maken naar de paapse huichelaars. Het is van Francois-Jean de la Barre, die als twintigjarige in 1766 in Abbeville gefolterd en onthoofd werd. Daarna wierp men het lichaam op de brandstapel met een exemplaar van Voltaires Dictionnaire Philosophique Portatif op de borst gespijkerd. Het schild op het standbeeld zegt dat hij ter dood gebracht werd vanwege het niet groeten van een processie. Nou had Voltaire nogal wat kritiek op de kerk, maar atheïst was hij niet: “Het geloof in god doet nooit kwaad, en kan altijd veel goeds opleveren”, zegt hij in het opgespijkerde boek.

Het standbeeld laat, net als de mur des Fédérés, in dit brandpunt van religieus triomfalisme het tegengeluid hoorbaar blijven, hoe zwak ook. Nadat ik mijn hoofd heb gebogen in een eerbiedige groet aan de oneerbiedige De la Barre, kan ik weer verder over Montmartre, zorgvuldig de Place du Tertre vermijdend natuurlijk. Langs die oude stukjes zoals het cabaret Le Lapin Agile, het museum van Montmartre – met werk van Renoir, Utrillo en Valadon, een prachtige tuin en de laatste wijngaard van Montmartre.


Als commentaar stond bij dit beroemde lied:
“Vive la Commune et le Progrès !!!” Hou moed!


Uitgelichte afbeelding: Malerslust – bron

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.