Een Groningse domineeszoon in Parijs

Jur Kuipers: Wapenschild Piccardt/Rengers
Het is een z.g. alliantiewapen.


 

jur kuipers



Henric Piccardt is misschien wel één van de meest bijzondere personen die onze provincie heeft gekend.

Als 25 jarige vertrok deze domineeszoon uit Woltersum zonder toestemming van zijn ouders naar Frankrijk, studeerde rechten aan de Hogeschool te Orleans – verdiende zijn geld door langs de weg met een harpje (met lap voor ogen, met donker geverfd gezicht)) als zanger op te treden, ging naar Parijs waar hij – geloof het of niet – om kamerheer te worden van Lodewijk XIV (de Zonnekoning), kreeg sjans met een adelijke dame dat hem in grote moeilijkheden bracht waardoor hij moest vluchten, kwam in Groningen aan – werd gezien als landverrader omdat Frankrijk inmiddels in oorlog was met de republiek en werd vervolgens in de Poelepoort/gevangenis in de stad Groningen gekwakt – kwam vrij dankzij Stadhouder Willem III, de latere koning Willem I van Engeland (met zijn vrouw Mary Stuart) – wist zijn eveneens gevangen gehouden heer Rengers van de Fraeylemaborg vrij te krijgen die helaas vlak daarna bezweek aan de gevolgen van zijn gevangenschap en trouwde vervolgens op 42 jarige leeftijd met de dochter van deze borgheer.

Piccardt, die vlakbij Harkstede inmiddels in een borgje woonde – Klein Martijn geheten (niet meer bestaand) – wist via Willem III een hypotheek los te krijgen om zelf de Fraeylemaborg te kopen, welke hij gebruikte voor o.a. feesten en logies, – stadhouder/koning Willem schijnt er overnacht te hebben.
Willem, inmiddels koning van Engeland schonk Piccardt twee prachtige grote schilderijen met daarop hem als koning en een portret van zijn vrouw Mary, die tot op de dag van vandaag in de Fraeylemaborg hangen (ik dacht dat het kopieën waren…het zijn originelen!).


Piccardt schopte het tot “syndicus/raadspensionaris van de Ommelanden”.
Nu als Unicus Collator liet hij in 1691 de eeuwenoude middeleeuwse kerk van Harkstede slopen, liet de oude toren staan en liet vervolgens met geleend geld van Willem III in 1694 daar tegenaan een kerk bouwen dat in feite een mausoleum is voor hem, zijn vrouw en zijn familie, want onder de kerk is een grote grafkelder (eigenlijk geen kelder, want je kunt er middels een deur opzij in).
De resten van zijn familieleden zijn niet zolang geleden geruimd en begraven buiten de kerk, maar de kistjes (het waren kleine mensjes) van Henric en zijn vrouw Anna staan er nog en zijn te bezichtigen.
Tussen deze zerken nog een kleintje van een overleden meisje.

Henric was nogal een ijdeltuit, dus overal op en in de kerk vind je het alliantiewapen “Piccardt/Rengers”.
De kerk heeft “de verhoudingen van de tempel van Salomo”…
Ook had Henric in de noordvleugel van de kerk zijn eigen werkkamer.


Dat Piccardt van zijn vrouw Anna heeft gehouden is af te leiden aan het Latijns gedicht dat hij voor haar schreef toen ze was overleden (en hier vertaald):

Mijn Anna, wederhelft en luister van mijn leven,
Mij liever dan het oog, aan mij van God gegeven!
Zal ik met tranen en met droeviglijk geklag
Uw dood beweenen en dien droevelijken slag?
O Neen, de dood gaf u het leven;
mij alleen treft dit verlies,
’t welk ik tot de kuil beween.
Vaar dan voor eeuwig wel, mijn hart en tweede ziel,
Mijn oog en lust, waarop mijn zorge viel.
Het graf beware uw lijk,
’t Zal mij tot rust verstrekken,
Wanneer een zelve steen ons beider asch mag dekken.’

Ze hadden geen kinderen.


Foto’s van de kerk van Harkstede die ik afgelopen zaterdag met mijn iPad heb gemaakt. Alleen van buiten, want deze kerk was op die dag helaas gesloten.

Uit het boekje “Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen” van Harry Brouwers (uitgave van Stichting Oude Groninger Kerken):

Een gebalsemd meisje in Harkstede

Op de gevel van de door hem in 1694 gebouwde kerk te Harkstede zette Piccardt, borgheer van Klein Martijn, uiteen wat hem dreef deze kerk te bouwen. Hij deed dit tot eer van de allerhoogste God, tot opbouw van de christelijke kerk, tot troost der zielen, tot rustplaats van het gebeente. (Jur: maar vooral ter eer en meerdere glorie van hemzelf). Het bijzondere van deze kerk is dat er zich onder de kerk een volledig overwelfde ruimte bevindt van 7 bij 22 meter. Deze ruimte kan worden betreden door een deur in de zuidmuur. De grote kisten (kistjes, heb ze jaren geleden zelf gezien…Jur) die hier staan zijn van de in 1702 gestorven Anna Rengers, de vrouw van Piccardt en die van hemzelf, geplaatst in 1712. Tussen beide kisten staat een kleine kist met daarin het gebalsemd lijkje van een vijfjarig meisje. Dit meisje is in 1928 nog gezien door A. Pathuis. Hij schrijft in 1984 aan dominee B. Ronner het volgende: Heb voor mijn vertrek uit Groningen op 1 oktober 1928 de kerk van Harkstede tweemaal bezocht. De grafkamer was nog niet gerestaureerd. Het kinderkistje was toen nog open en, bij brandende lucifers, zag ik het lijkje, dat gebalsemd was: kuiltjes in de wangen, iets lachend en een krulletje op het voorhoofd. Beneden de sleutelbeenderen was het lijkje niet meer intact. Een verre nazaat, mevrouw C.J. Zikkel-Piccardt schrijft Ronner dat het lijkje in 1927 nog onbeschadigd was, nog met de kleertjes aan alsof het een paar dagen eerder gestorven was. Zij heeft destijds opdracht gegeven het kistje dicht te timmeren.

Uitgelichte foto: Jur Kuipers
Ingevoegde foto via internet

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.