Oorlog als opperste wijsheid

Jewish emigration from Europe to Israel, 1945-1970.




Het is opmerkelijk dat een hoofdredacteur van een gevestigde krant zijn nek uitsteekt en geen blad voor de mond neemt. Het werd de hoogste tijd, iedereen die wil kan nu geïnformeerd zijn over het zo door hen geliefkoosde Israël dienstig om hun zieltje rein te wassen van antisemitische smetten. Voor machthebbers elders is dat land een optimaal instrument om geopolitieke doelen na te streven. Was dat alles niet het geval geweest dan was dit zionistisch project nooit van de grond gekomen of reeds lang geleden ter ziele gegaan.
 


 
 

DEZE OORLOG BEGON NIET OP 7 OKTOBER 2023, MAAR MINSTENS EEN EEUW EERDER

 

‘Voor hardliners als Netanyahu past bruut geweld (ook ‘preventief’) in een politieke traditie.’Beeld Eva Beeusaert/ Photo News

Martijn Lauwens is eindredacteur bij De Morgen. Hij volgt Israël en Palestina, waar hij sinds 2004 al vaak verbleef, en schrijft erover.

Het waren Palestijnse boeren die opmerkten dat een Israëlische legereenheid het vluchtelingenkamp van Al Bureij, in het centrum van de Gazastrook, naderde. Toen zij alarm sloegen, besloten de militairen niet om zich terug te trekken maar begonnen ze zich een weg doorheen het kamp te banen. “Er werden bommen door de ramen gegooid van hutten waarin ontheemden sliepen en toen zij probeerden te ontkomen, werden ze aangevallen met automatische wapens”, lezen we in een VN-verslag.

Die nacht werden in Al Bureij 46 Palestijnse vluchtelingen vermoord door het beruchte Israëlische commando 101, een eenheid die opgericht was om Palestijnen ‘af te schrikken’ en te voorkomen dat zij zouden terugkeren naar hun huizen. Bij een latere, nog dodelijkere, missie omschreef de eenheidscommandant dat ‘afschrikken’ als volgt: “Onze taak is binnenvallen, zoveel mogelijk bewoners doden, zoveel mogelijk schade aanrichten.”

Die toen 25-jarige commandant zou veel later premier van Israël worden. In de Arabische wereld werd hij berucht als ‘de slachter van Beiroet’, wij kennen hem als Ariel Sharon. Bovenstaand incident vond niet in het afgelopen jaar plaats, maar in 1953.

‘Soemoed’

Sinds jaar en dag is Gaza het brandpunt van de Palestijnse strijd. Het is een symbool van soemoed, volharding: de Palestijnen gaan niet weg. Maar haast alles waar we Gaza mee associëren – verzet, geweld, terreur, oorlog, genocide – zou er niet geweest zijn zonder het vestigingsproject genaamd zionisme. En dat project zou nooit succesvol geweest zijn zonder buitenlandse steun.

In zijn boek De honderdjarige oorlog tegen Palestina (2020) argumenteert de Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi (Columbia University) dat de inheemse bevolking van Palestina al sinds de start van de kolonisering een speelbal van de grootmachten is. Altijd weer moesten deze bewoners – onder hen families met een gedocumenteerde aanwezigheid van vele eeuwen – vaststellen dat er in verre hoofdsteden over hun lot beslist werd.

Al toen de Volkenbond in 1922 de Britten het mandaat over historisch Palestina toekende, werd duidelijk dat de inheemse bevolking amper van tel was. Nergens vermeldt de mandaattekst de Arabisch-Palestijnse inwoners van het land, terwijl er wél sprake is van de uitbouw van een ‘Joods tehuis’ en het ‘faciliteren van Joodse migratie’. Een verwijzing naar de verklaring van Arthur James Balfour; die Britse buitenlandminister had in 1917 bevestigd dat zijn regering ‘alles zou doen’ om dat Joodse thuisland te verwezenlijken.

Balfour was overtuigd van de idealen van het zionisme – een koloniale beweging die onder meer ontstaan was als reactie op het Europese antisemitisme. “De grootmachten hebben zich eraan verbonden”, lichtte Balfour later toe. “Maar voor de inwoners van Palestina was dit een pistool dat op hun hoofd werd gericht”, schrijft Khalidi. “Een oorlogsverklaring van het Britse rijk.”

Het werd snel duidelijk dat dit – door God en de Britten – beloofde Joodse thuisland er niet zonder slag of stoot zou komen. De Russische auteur Ze’ev Jabotinsky, grondlegger van het revisionistisch zionisme, schreef in 1923 in een invloedrijk essay waarin hij onderdrukking met geweld legitimeert: “Zionistische kolonisatie kan alleen voortgaan achter een ijzeren muur waar de inheemse bevolking niet doorheen kan breken.”

Jabotinsky begreep dat die bewoners hun verzet nooit zouden opgeven “zolang ze ook maar de minste hoop hebben dat ze de kolonisering kunnen afwenden”. Daarom moest volgens hem de focus liggen op de uitbouw van een krachtig militair apparaat, een “ijzeren muur van Joodse soldaten”. Immers: “Er mag nooit een vrijwillige overeenkomst zijn met de Arabieren.”

Gemilitariseerde maatschappij

Die woorden zijn profetisch gebleken voor het beleid van veel Israëlische leiders. Huidig premier Benjamin Netanyahu kreeg de leer van Jabotinsky met de paplepel ingegoten, zijn partij Likud haalt de mosterd openlijk bij het revisionistisch zionisme. Nooit territoriale toegevingen doen, altijd focussen op mogelijke bedreigingen en die vervolgens bedelven onder geweld: vintage Jabotinsky.

Bovendien blijft de taal van de vuist in Israël niet beperkt tot de rechterzijde. Ook leiders uit de Arbeidspartij voelden zich zelden te beroerd om ijskoud te werk te gaan. Denk maar aan ‘premier van de vrede’ Yitzhak Rabin die het leger opdroeg “de botten te breken” van Palestijnse betogers, of aan militair icoon Moshe Dayan die vond dat Israël zich als “een razende hond” moest gedragen.

Van links tot rechts, van seculier tot religieus: Israël is al sinds de start een gemilitariseerd land. De strijdmacht is er een inherent onderdeel van de maatschappij, en een voldragen carrière als ijzervreter strekt tot aanbeveling voor wie er politieke ambities heeft. In die zin is het relevant om te kijken naar de wortels van het Israëlische leger.

Officieel werd het IDF – de Israeli Defense Forces – opgericht op 26 mei 1948, maar in de praktijk ging het grotendeels om een voortzetting van ondergrondse milities die in de mandaatjaren een keiharde reputatie hadden opgebouwd: Haganah, Irgun en Lehi. Om hun doelen – het ‘afschrikken’ van de lokale bevolking, het faciliteren van kolonisatie én het verjagen van de Britten – te bereiken, schuwden zij de grove middelen niet: wat deze milities deden was niets anders dan (Joods) terrorisme.

Op 22 juli 1946, bijvoorbeeld, werd het Britse hoofdkwartier, in het King David-hotel in Jeruzalem, getroffen door een bomaanslag. Eenennegentig mensen lieten het leven en 46 anderen raakten gewond. De aanslag was het werk van de Irgun, de opdracht werd gegeven door – alweer – een man die later premier zou worden: Menachem Begin.

De eerste keer dat de drie milities onder één bevel opereerden, resulteerde dat onder meer in het bloedbad van Deir Yassin. Op 9 april 1948 vielen ze dat dorp binnen en richtten er een slachtpartij aan. Tussen de 100 en de 250 inwoners werden afgemaakt door de militieleden, die ook overgingen tot brandstichting, plundering, foltering en verkrachting. Een van de opdrachtgevers was – ja hoor – een latere premier: Yitzhak Shamir.

De Haganah stond op dat moment onder leiding van – het wordt een patroon – niemand minder dan de Israëlische founding father David Ben-Gurion. En voor wie nog mocht twijfelen aan ’s mans intenties: in oktober 1937 schreef Ben-Gurion aan zijn zoon: “Wij moeten de Arabieren verdrijven en hun plaats innemen, en dit moeten we met geweld bewerkstelligen.” Zo gezegd, zo gedaan.

De Nakba – de catastrofe waar Deir Yassin slechts één hoofdstuk van is – zou leiden tot de ontvolking en verwoesting van 531 dorpen, bijna 800.000 inwoners trokken weg of werden verdreven. Het ging om niets minder dan een geplande etnische zuivering, zoals gedocumenteerd door de Israëlische historicus Ilan Pappe.

En hoewel de Nakba zich 75 jaar achter ons bevindt, menen vele Palestijnen dat die nooit geëindigd is. Het eindeloze bloedvergieten in Gaza illustreert hun gelijk. Voor hardliners als Netanyahu – die zich als seculier gesteund weet door religieuze fanatici – past bruut geweld (ook ‘preventief’) in een politieke traditie.

Betekent dit dat de Palestijnen enkel willoze slachtoffers zijn die geen andere keuze hebben dan de toorn van Israël te ondergaan? Zeker niet; ook Palestijnse leiders hebben boter op het hoofd. Over breuklijnen heen zijn machtshonger, corruptie en terrorisme maar enkele van de fundamentele problemen die het Palestijnse verzet steeds weer (terecht) in diskrediet brengen.

Al lijkt het veilig om te stellen dat die problemen minstens deels een gevolg zijn van de genadeloze koers die Israël vaart – vandaag meer dan ooit. Netanyahu wil ‘veiligheid’ afdwingen tegen de onnoemelijke kostprijs van tienduizenden burgerdoden. Niets wordt geschuwd om de zionistische droom blijvend te realiseren.

Apartheid

Maar hoe kan je van een droom spreken wanneer die een ander zijn nachtmerrie is? Hoe kan je zeggen te streven naar vrede wanneer je die alleen met oorlog wil bereiken? En hoe kan je, zoals heel wat westerse stemmen, verkondigen dat je Israël verdedigt omdat het een democratie – de ‘enige in het Midden-Oosten’ – is?

Jazeker, Israël heeft alle kenmerken van een liberale democratie: scheiding der machten, persvrijheid, vrijheid van meningsuiting, vrije verkiezingen, noem maar op. Alleen: deze rechten gelden niet voor iedereen. Integendeel. Meer dan 65 wetten betonneren de discriminatie van niet-Joodse inwoners in Israël en de bezette gebieden. Die wetten grijpen in op alle facetten van het leven: van burgerschap tot politieke participatie, huisvesting, onderwijs, cultuur, taal, religie en justitie.

En dan zijn er nog de zichtbare aspecten van de apartheid: de nederzettingen, de afscheidingsmuur, de checkpoints, het aparte wegennet, de diefstal van grondwater, het kolonistengeweld, de militaire invallen, de provocaties op heilige sites, de bebossing van Palestijnse ruïnes, de politisering van archeologie, de judaïsering van land, geschiedenis en cultuur – tot falafel en hummus toe.

Voor alle duidelijkheid: bovenstaande alinea’s beschrijven de situatie van vóór 7 oktober 2023. Sindsdien zijn de omstandigheden, zoals we weten, nog onbeschrijflijk veel erger geworden, in Oost-Jeruzalem, op de Westoever, in Libanon en al helemaal in de verpulverde Gazastrook.

Netanyahu stuurt, met actieve hulp uit Washington, aan op de totale ‘overwinning’. Na de afschuwelijke terreuraanval van 7 oktober 2023 heeft hij zijn kans geroken. Niet alleen om de machtsbalans in het Midden-Oosten finaal naar zijn hand te zetten, maar ook om zijn eigen politieke overleven veilig te stellen (of tenminste op te rekken). Zolang de oorlog duurt, en hij zijn positie behoudt, hoeft hij immers niets te vrezen van de rechtszaken die hem boven het hoofd hangen.

Maar wanneer zal er genoeg bloed vergoten zijn? Zoals in het verleden al vaak werd aangetoond, zijn de overlevenden van vandaag de verzetsstrijders van morgen. Zolang er geen werk wordt gemaakt van volwaardige gelijkheid tussen alle burgers in heel historisch Palestina, met erkenning van het leed én faire compensatie, zal er geen vrede zijn.

Helaas leek de weg nog nooit zo lang als vandaag, de tunnel nog nooit zo donker en het licht nog nooit zo ver. Israël voert een ‘existentiële strijd’, maar staat daarbij niet toe dat een ander hetzelfde doet. Want zoals een – u raadt het al – voormalige Israëlische premier, Golda Meir, het in 1969 poneerde: “De Palestijnen hebben nooit bestaan.”

 


BRON
De Morgen7 oktober 2024


 

 

Uitgelichte kaart: bron

Een gedachte over “Oorlog als opperste wijsheid

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.