Alles of niets



Je denkt, we leven met z’n allen in een min of meer geciviliseerd land met mensen die niet wereldvreemd zijn, beseffend dat we zeer veel aan een toevallige samenloop van omstandigheden te danken hebben en zeer weinig aan eigen verdiensten.  Veel wordt in dit land getolereerd, zelfs laakbaar gedrag, inhumane uitlatingen. Zo wordt de druk op de ketel nooit te groot bij de wetenschap dat het overgrote deel van de bevolking meer dan content is als er maar genoeg geld is om te consumeren. En wat constateer je?

Verkiezingen gaan gepaard met reclamecampagnes in de aard meer waar voor minder geld, iedereen rijk en wij zijn de besten en vandaar meer mens door minder mens. Nauwlettend houden polls in de smiezen hoe de vlag er bij het kiezersvolk bijhangt en waar mogelijk wordt het aldus in zijn mening bevestigd of bijgestuurd. Een andere taak is er voor politici in dit land niet meer weggelegd, hooguit als critici mogen ze zich nog uiten als ze maar binnen het kader van de gevolgde koers blijven. Verkiezingen verworden tot winkelen, voor elk wat wils.

Het is deze geest van zelfvoldaanheid, het wel denken te weten die als een loden deken over dit land ligt. Er is geen ontsnappen aan. Tien jaar geleden dacht ik wie neemt nu een rattenvanger serieus, z’n naam kreeg ik zelfs niet over m’n lippen. Sindsdien leerde ik het fascisme in al zijn alledaagsheid kennen,  een veelkoppig monster, niet te duiden zonder zelfonderzoek. En juist dat is o zo problematisch in dit land van betweters van welke sociale klasse of politieke stroming ook.

Een verklaring ligt voor de hand, de hokjesgeest, die diep geworteld zit in de Hollandse cultuur. Zo kon men gevluchte joden uit Antwerpen “integreren” omdat ze van pas kwamen. Degenen die vochten voor de “reformatie” betaalden bloedgeld en liet men stikken of misbruikten hen, vraag maar na bij mensen in Antwerpen en Maastricht, die weet hebben van geschiedenis. Gastvrijheid in dit land is voor buitenstaanders bij gevolg het meest kenmerkende aan die hokjesgeest, in wezen een gecontroleerde en minzame vorm van tolerantie, die elk moment kan verkeren in zijn tegendeel, in buitensluiten.

Het zijn zaken die we konden opsteken door het opereren van een welhaast ideaaltypische rattenvanger. Tien jaar geleden vierde dat personage een grootse triomf, samen met een nonvaleur maakt hij rondedansje na de verkiezingszege. Zijn collega Rutte deed het hem na. Beelden die je moet terughalen en niet mag vergeten, zo uit- en inwisselbaar zijn dergelijk mensen dus. 2009.

2009, het jaar dat Raymond Federman stierf, een in Nederland nauwelijks bekend auteur en wetenschapper, ontsnapt aan de Shoah, dankzij de helderheid van geest van zijn moeder, die zelf omkwam. Na zijn overlijden op 6 oktober schreef zijn dochter:

Mon père est mort ce matin. La veille je lui ai lu tout “La Voix dans le débarras” d’un seul trait, 75 pages : une phrase. Je me suis arrêtée à la page 61 pour pleurer, et ensuite on a pleuré ensemble à la fin.

Cela faisait plus de 24 heures qu’il n’avait plus réagi, c’était donc particulièrement magique.

Je l’ai remercié pour tous les livres, toutes les belles phrases, celle-ci étant la plus belle que j’ai jamais lue. Je l’ai remercié d’être le meilleur père que je puisse imaginer. Je lui ai dit qu’il serait toujours mon meilleur ami. Ses sourcils m’ont dit d’arrêter de pleurer. Donc je l’ai fait. Je lui ai dit que je comprenais parce qu’il m’avait tout appris sur le rire.

Je me suis couchée sur le clic clac à côté de son lit. J’ai entendu à demi sa respiration lourde et bruyante s’arrêter. Je me suis levée pour appeler ma mère, qui lui avait déjà dit un bel et tendre dernier adieu, ainsi que l’infirmière. Il était mort. On a dit le kaddish pour lui à la morgue et il a été incinéré, comme il l’avait souhaité, et comme sa mère, son père et ses sœurs l’avaient été, aux alentours de midi.

(…)

Je vous embrasse,
Simone


Over deze vader had ik een bericht in gedachte omdat zijn naam viel tijdens een gesprek gisteren, samen met die van Oskar Pastior, Georges Perec en “onze” Wiel Kusters. Maar, bedacht ik me, het veelkoppig monster is nog onder ons, een hoofd is afgeslagen en er verschijnen weer drie nieuwe.

Alles of niets heette de titel van het eerste boek van Federman, met een motto afkomstig van Robert Pinget, waardoor ik me ook steeds heb laten leiden, ondanks censuur van linkse fascisten:

Ce qui est dit n’est jamais dit puisqu’on peut le dire autrement.


In mijn bewoordingen, niets verzwijgen, niets wegmoffelen, alles ter discussie stellen, met als consequentie onverlaten aan de schandpaal nagelen. Het zou de basis voor opvoeding en onderwijs dienen te zijn. In de woorden van Alain Badiou:

Wat de filosofie ons leert, of in elk geval tracht te leren, is dat wanneer het ware leven niet altijd aanwezig is, het ook niet helemaal afwezig is. Dat het ware leven een beetje aanwezig is, dat is wat de filosoof wil laten zien. Hij corrumpeert de jeugd in de zin dat hij haar wil laten zien dat er ook zoiets als een vals leven, een verwoest leven bestaat: een leven dat geleefd en gedacht wordt als een harde strijd om geld en macht. Het leven dat aan alle kanten gereduceerd wordt tot pure en simpele bevrediging van de onmiddellijke driften.
Eigenlijk, zegt Socrates, en voorlopig volg ik hem gewoon, moeten we vechten om het ware leven te winnen op de vooroordelen, de gemeenplaatsen, de blinde gehoorzaamheid, de gratuite gebruiken en de ongebreidelde concurrentie. In wezen betekent de jeugd corrumperen maar één ding: trachten ervoor te zorgen dat ze niet de gebaande wegen inslaat, dat ze er niet toe is veroordeeld alleen maar te gehoorzamen aan wat maatschappelijk gangbaar is, dat ze zelf iets kan uitwerken en in verband met het ware leven een andere richting kan aanwijzen.


Federman hield zich aan deze wijsheid, vooralsnog een van de weinigen als we het tijdperk sinds 1945 in ogenschouw nemen. Met daaraan toegevoegd de voorlopige conclusie, we zijn niet vrij maar worden in alle vezels van ons bestaan aangepast. Daar is nauwelijks een ontsnappen aan of je moet alle banden verbreken met de samenleving en dat betekent zelfdestructie, waarbij niemand gebaat is en mogelijk zelfs het tegenovergestelde effect heeft.

Zijn indrukwekkend eerste boek begint als volgt:

 

Deze prachtige uitgave is in 1986 verschenen bij Greno als deel van Die andere Bibliothek
onder redactie van Hans Magnus Enzensberger.

 


Laten we democratie serieus nemen en personen die actief aan het politieke bedrijf willen deelnemen verplicht herscholen en omscholen via een canon aan wat cultuur ons geschonken heeft, een canon die tevens tevens dient als basis voor een nieuw onderwijsconcept. Filosofie, beeldende kunst, muziek, architectuur en literatuur. Ze zijn alle niet eenduidig, ze vormen wel de grondslag van onze beschaving. Van daaruit leren we bijna als vanzelf onze geschiedenis kennen, onze economie en ecologie begrijpen. Niet andersom. Bij de stichting van een verenigd Europa is dit helaas niet gebeurd, vandaar dat we momenteel opgescheept zitten met een laissez faire kapitalisme, waarbinnen rattenvangers ongebreideld hun gang kunnen gaan, die, God betert het, zich durven te beroepen op “cultuur”.



Citaat Alain Badiou uit: “Het ware leven – Of waarom de jeugd gecorrumpeerd moet worden”, verschenen bij Polis.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.