De banaliteit van het alledaagse kwaad

Tongerseweg Maastricht nabij het Cannerplein




Zonder steeds beetje bij beetje te sterven is leven onmogelijk. Gebeurt dat terwijl we inslapen, in onze slaap? Zijn daarom onze dromen zo verwarrend, nietszeggend? Waarom disciplineren we ons om op gezette tijden te eten en ons ter ruste te begeven? Waarom niet toegeven aan wat ons lichaam dicteert? En hoe is het als we definitief dood zijn, leven we dan verder, en hoe? Het antwoord hierop zal nooit komen, maar hoe leven we samen met de doden onder ons?

We zijn slechts passanten die het leven geschonken is. Waarom wordt er dan alles in het werk gesteld ons van het leven en de natuur, die dit mogelijk maakt, te scheiden en deze alom te verwoesten. Wie draagt hiervoor de verantwoording? Door wie of door wat is een levensbedreigend mechanisme in werking gezet en met welke reden, welk doel? Moeten we de toestand van de wereld, waarin ze verkeert, doodeenvoudig accepteren? Dergelijke vragen stelde ik me het afgelopen jaar meermaals. Zo aan de vooravond van het Carnaval vorig jaar. Hels kabaal op vrijdagmiddag op het Vrijthof met als decor volstrekte leegte en druilige regen. Koud en macaber was het, bij de gedachte dat de corona-epidemie was doorgedrongen tot de nabije grens. Toch moest het feest doorgang vinden, want stel je voor, de horeca zou schade oplopen. Een feest? Een toeristische attractie, dat is wat rest van het feest dat eens van het volk was.

Vele maanden later, wachten op een bus die niet kwam aan een autoweg dwars door de stad, aangelegd ten gerieve van het militair. Het was avond. Als er niet af en toe het verkeerslicht op groen was gegaan voor de eenzame voetganger had ik nooit levend de overkant van die weg gehaald. Het was op een zondagavond in oktober en kwam van het politiebureau. De agente bij wie ik aangifte had gedaan tegen een onverlaat, jawel op Twitter, had me gevraagd of het schikte om het verbaal te komen tekenen. Daar stond ik in die naargeestige omgeving, dan maar naar de volgende halte, de bus was toch weg. Ook hier weer de ellende van priemende koplampen met de bijbehorende herrie in een verder volstrekt doodse omgeving.

Hebben we met z’n allen hierom gevraagd? Hebben we over deze vorm van samenleven ons ooit kunnen uitspreken, deze vorm van geweld, van vernietiging onder het mom van vooruitgang, steeds sneller. The sky is the limit?

Over leven en dood, Delphine Horvilleur, een vrouwelijke rabbi. Van haar verscheen “La vie avec les morts”. Ze komt in onderstaand programma aan het woord over sterven, over religie, het woord, het rouwproces, de begraafplaats. Niet triest, maar verrijkend. Het stemt zelfs blij.

Het tweede deel van La grande librairie – 14 april 2021.

 
Als ik aan mijn dood denk, vergeet ik te leven, als ik er niet aan denk, hou ik me blind.



Uitgelicht: eigen opname maart 2021

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.