The Persecution of the Roma and Sinti in the Netherlands

During World War II, it is estimated that more than 500,000 Sinti and Roma from all over Europe were murdered by the Nazis in what has come to be known as the Porajmos. Before the Second World War, approximately 4,500 Sinti and Roma lived in the Netherlands. From July 1943 Sinti and Roma were no longer allowed to travel in the Netherlands. On 16 May 1944, raids took place: 578 Sinti, Roma and were arrested by mainly Dutch police officers and taken to Camp Westerbork.
(bron)
Hartverscheurende kaart opgedoken van vader Holocaust-icoon Settela uit Buchten: ‘Zein mijn vrouw en 10 kinders aan gekomen uit contrasiekamp?’

De iconische foto van het Sinti-meisje Settela uit Buchten dat per trein wordt afgevoerd naar Auschwitz, blijft mensen beroeren. In de archieven van het Historisch Centrum Limburg is een briefkaart aangetroffen met een smeekbede van haar vader, die dan nog niet weet dat zijn vrouw en kinderen zijn vermoord.
Vikkie Bartholomeus
Het heeft duidelijk moeite gekost om de letters met potlood goed op papier te krijgen. Het is een onopvallende, standaard briefkaart, maar de boodschap op het kartonnetje is doordrenkt van emotie. Het is 22 mei 1945 en Heinrich ‘Moeselman’ Steinbach is radeloos. Op de voorkant schrijft hij: Geachte Heeren, Ik verzoek zeer beleeft om mijn te willen berichten op mijn vrouw en 10 kinders aan gekomen zein of alleen kinders (zigeunerkinder) uit contrasiekamp Uaschwietsch Polen. Op de achterkant: Van 15 mei 1944 zein mijn kindeers en vrouw naar toe gebracht, geen joden. En ook Weiss moet ook mee komen.
Moeselman Steinbach is de vader van Settela, het meisje dat symbool staat voor de vervolging van Joden en Sinti- en Roma-zigeuners tijdens de Tweede Wereldoorlog. Settela komt een paar seconden in beeld tijdens een film die gevangene Rudolf Breslauer maakte van het kampleven in Westerbork. Een witte hoofddoek verbergt het kaalgeschoren hoofdje van het negenjarig meisje, dat nog even naar buiten kijkt vanuit een wagon vlak voordat die vertrekt naar Auschwitz. De aangrijpende opname verbeeldt de brute genocide door de nazi’s. Settela zou – net als haar negen broertjes, zusjes en moeder – niet veel later in Auschwitz vermoord worden.
Frans Roebroeks ontdekte de briefkaart bij de inventarisatie van het archief van het Militair Gezag, het dagelijks bestuur van bevrijde gebieden namens de Nederlandse regering in ballingschap. De gepensioneerde archivaris van het Historisch Centrum Limburg nam 185 dozen met archiefmateriaal van het Militair Gezag door. „Daar zitten honderden en honderden briefjes in van mensen die op zoek zijn naar familieleden. Die correspondentie was alfabetisch gelegd en dan kom je op een gegeven moment bij de letter S: verrek… Steinbach? Dat is wel een hele bekende naam als je het over Jodenvervolging hebt.”
Hij ontcijferde tekst, poststempel en andere informatie op de briefkaart. Op 24 juli 1945 werd de aantekening ‘geen bericht’ erop gezet. Dat betekent volgens Roebroeks dat toen werd nagegaan of er informatie was over het gezin Steinbach. Twee dagen later werd ‘beantwoord’ genoteerd. De strekking van de briefkaart is „verschrikkelijk”, maar Frans Roebroeks is blij dat hij hem ontdekt heeft. „Zeker omdat je dit nu aan het icoon van de vervolging kunt hangen. En ook goed om aandacht te besteden aan de zigeuners, die ook aan de rassenleer van de nazi’s ten prooi zijn gevallen, net als de Joden.”

Lang werd gedacht dat Settela een Joods meisje was. Maar journalist Aad Wagenaar achterhaalde in 1994 haar ware identiteit. Anna Maria ‘Settela’ Steinbach kwam uit een muzikale zigeunerfamilie die in Limburg verbleef. Ze werd geboren in Buchten. Haar gezin mocht niet meer rondtrekken en werd opgepakt tijdens een grote razzia op een centraal kamp in Eindhoven op 16 mei 1944. In Westerbork werd Settela ontluisd, kaalgeschoren en kreeg ze de tatoeage Z10768. Crasa Wagner, die in dezelfde wagon zat, bevestigde na de oorlog dat het om Settela ging. Moeder ‘Toetela’ zou volgens Wagner naar haar geroepen hebben: ‘Settela, ga bij die deur weg, straks komt je kop er nog tussen.’
Op de vader na kwam het hele gezin – evenals meer familieleden – om in de gaskamers of door ontberingen in Auschwitz en andere kampen. Vader Moeselman was al eerder opgepakt dan de rest van zijn gezin en werd uiteindelijk tewerkgesteld bij Philips in Eindhoven. Na de oorlog nam hij zijn intrek in het woonwagenkamp in Maastricht. Hij stierf ruim een jaar nadat hij de hartverscheurende briefkaart verstuurde, op 44-jarige leeftijd, naar verluidt van verdriet. Frans Roebroeks: „Dat het verlies van zijn vrouw en kinderen daar invloed op heeft gehad, dat mag je wel veronderstellen.” Ook Jac Lemmens, gemeentearchivaris in Weert en Roermond die zich heeft verdiept in het oorlogsverleden van de Sinti, vermoedt dat de moord op zijn tien kinderen Moeselman te veel was geworden. „Ik denk dat hij helemaal kapot was. Helemaal murw, getraumatiseerd. Net zoals heel veel Joodse mensen na de oorlog. Het waren levende zombies eigenlijk.”

Het gezin Steinbach is er niet meer, maar behalve de filmbeelden van Settela vormt ook het graf van Moeselman in Maastricht nog een tastbare herinnering. De commissie die in deze stad recent het onderzoek heeft begeleid naar de roof van Joods vastgoed, heeft geadviseerd om de eeuwigdurende grafrechten voor dit graf te betalen, omdat het gezin symbool staat voor de vernietiging van Sinti en Roma. De namen van alle gezinsleden zouden dan volgens de commissie moeten worden toegevoegd: Toetela (42), Moekela (21), Elmo (20), Elisabeth (19), Willy (15), Johanna (15), Philibert (11), Sonja (7), Messelo (4), Doosje (1) en Settela (9). ‘Opdat we deze groep slachtoffers niet vergeten!’
SETTELA STAAT OP MEER FOTO’S

Er zijn nog een paar foto’s bekend waarop Settela figureert. Fotograaf Jan de Jong fotografeerde leden van de familie Steinbach tijdens een bezoek aan het zigeunerkamp in Brunssum voor het tijdschrift ‘Katholieke Illustratie’ in 1935. Vier glasnegatieven van deze sessie zijn bewaard gebleven en in bezit van het Limburgs Museum. Zo is er een tafereel waar Settela als peuter op de armen van haar zus Elisabeth gedragen wordt. Ook andere familieleden, zoals Settela’s vioolspelende broertje Willy, zijn duidelijk in beeld. Het Limburgs Museum besteedt onder de noemer ‘De vergeten vervolging’ op haar site aandacht aan de razzia op Sinti en Roma, deze maand tachtig jaar geleden.
Het boek ‘Het geheim van de Heksenberg’ (van Rob Hendrikx en Marouska Steinbach) bevat nog meer foto’s van de familie. Zo is er een groepsportret waar Settela als baby op de arm van haar moeder wordt gedragen. Vader Moeselman zit geknield, vijfde van rechts, onwetend van het noodlot dat hem een paar jaar later zal treffen.


Lees ook:
– Limburg werd vlak na de oorlog overspoeld met tienduizenden displaced persons; van ’t mannetje van Dachau tot Russische bruiden
– ‘Jammer dat hij terug is gekomen’, over de terugkeer van Limburgse Joden na de Tweede Wereldoorlog
BRON
De Limburger – 4 mei 2024
Uitgelichte foto: bron