De NAVO, een veelkoppige draak?

Wifredo Lam: Horizons chauds (c.1968)




Nog voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, in april 1945, maakte Churchill Truman duidelijk dat het nu gold de Sovjet Unie te bestrijden, ondanks hun plechtige beloftes gedaan aan Stalin om verder samen te werken. Het IJzeren Gordijn was voor hen toen al een realiteit.
 
Begin jaren vijftig wordt Truman geconfronteerd met een lijvig rapport, dat in de USA voor veel onrust zorgde. Het behelsde dat het zo niet verder kan met de economie vanwege voorzienbare tekorten aan grondstoffen en ontstane milieuproblemen. Een Rapport van Rome (Grenzen aan de groei) avant la lettre. Truman verklaarde daarop prompt de wereld tot de achtertuin van de USA om ze naar believe te kunnen plunderen, militair verzekerd door het steeds verder uitdijende aantal bases in de wereld. De oorlog in Korea kan gezien worden als de eerste lakmoesproef voor deze doctrine.
 
Inmiddels zijn we aanbeland in de laatste fase van dit proces. Biden heeft het sein op groen gezet China betreffend. De oorlog in de Oekraïne is als een testcase om te beoordelen hoe de kaarten verdeeld zijn, ook globaal. De NAVO wordt daarbij een instrument voor de USA, zo zijn de plannen, onder haar opperbevel, zonder noemenswaardige invloed van de partners in de alliantie.
 
Ter illustratie nu een blik op de NAVO en Afrika, het meest begeerde en omstreden continent en een mogelijk conflictveld in de strijd met China.
 

DE OPKOMST VAN DE NAVO IN AFRIKA

Vijay Prashad

Bezorgdheid over de uitbreiding van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) richting Russische grens is één van de oorzaken van de huidige oorlog in Oekraïne. Maar het is niet de enige poging tot uitbreiding door de NAVO, een verdragsorganisatie gecreëerd in 1949 door de Verenigde Staten om zijn militaire en politieke macht over Europa te projecteren.
 

Shutterstock.com

In 2001 voerde de NAVO een operatie ‘buiten het gebied’ uit in Afghanistan die 20 jaar duurde, en in 2011 -op aandringen van Frankrijk- bombardeerde ze Libië en wierp het de regering daar omver. De militaire operaties van de NAVO in Afghanistan en Libië waren de prelude op discussies over een “mondiale NAVO”, een project om de militaire alliantie van de NAVO te gebruiken voor meer dan de eigen verplichtingen vastgelegd in haar handvest, en inzetbaar te maken van de Zuid-Chinese Zee tot de Caraïbische Zee.

De NAVO-oorlog in Libië was haar eerste militaire operatie in Afrika, maar het was niet de eerste Europese militaire voetafdruk op het continent. Na eeuwen van Europese koloniale oorlogen in Afrika, ontstonden er in de nasleep van Wereldoorlog II, nieuwe staten die hun soevereiniteit wilden doen gelden. Veel van deze staten, van Ghana tot Tanzania, beletten de Europese militaire strijdkrachten om het continent opnieuw te betreden. Daarom moesten deze Europese machten hun toevlucht zoeken tot moordaanslagen en militaire staatsgrepenom pro-Westerse regeringen in de regio te garanderen. Dit maakte de creatie van westerse militaire basissen in Afrika mogelijk en gaf westerse bedrijven de vrijheid om de natuurlijke hulpbronnen van het continent te exploiteren.

Vroege NAVO-operaties beperkten zich tot de rand van Afrika, met de Middellandse Zee als de belangrijkste frontlinie. De NAVO richtte in 1951 de ‘Allied Forces Southern Europe’ (AFSOUTH) op in Napels, en dan in 1952 de ‘Allied Forces Mediterranean’ (AFMED) in Malta. Westerse regeringen vestigden deze militaire formaties om de Middellandse Zee te militariseren tegen de Sovjet-zeemacht en om een platform te creëren van waaruit militair ingegrepen kon worden op het Afrikaans continent.

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 richtte het Defensieplanningcomité van de NAVO -dat opgedoekt werd in 2010- de ‘Naval On-Call Force Mediterranean’ (NOCFORMED) op om druk te zetten op pro-Sovjetstaten, zoals Egypte, en om de monarchieën van het noorden van Afrika te verdedigen. (De NAVO was niet in staat om de anti-imperialistische staatsgreep van 1969 te voorkomen die het Libische koninkrijk omverwierp en kolonel Muammar Qadhafi aan de macht bracht. Qadhafi’s regering bande kort daarna de militaire basissen van de VS het land uit.)

Nadat de NAVO zich bij de VS-oorlog in Afghanistan had aangesloten, vonden op het NAVO-hoofdkwartier steeds vaker gesprekken plaats over operaties buiten het verdragsgebied. Een hoge functionaris bij de NAVO vertelde me in 2003 dat de VS “de smaak ontwikkeld had om de NAVO te gebruiken” in zijn pogingen om macht te projecteren ten opzichte van mogelijke tegenstanders. Twee jaar later, in 2005, in Addis Ababa, Ethiopië, begon de NAVO nauw samen te werken met de Afrikaanse Unie (AU).

Vanaf 2005 begon de NAVO nauw samen te werken met de Afrikaanse Unie.

De AU, die in 2002 opgericht werd en de ‘opvolger‘ was van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, had moeite met het opbouwen van een onafhankelijke veiligheidsstructuur. Het gebrek aan een levensvatbare strijdmacht betekende dat de AU zich vaak tot het Westen wendde voor assistentie. Ze vroeg de NAVO om te helpen met logistiek en luchtbrugondersteuningvoor haar vredesmissie in Soedan.

Buiten de NAVO, bracht Washington zijn militaire capaciteit ten uitvoer via het Europees Commando van de Verenigde Staten (EUCOM), dat de operaties in Afrika overzag van 1952 tot 2007. In 2008 stichtte generaal James Jones -hoofd van EUCOM van 2003 tot 2006- vervolgens het Afrikaans Commando van de Verenigde Staten (AFRICOM). Dat had zijn hoofdkwartier in Stuttgart, Duitsland, omdat geen enkele van de 54 Afrikaanse naties bereid was om het te huisvesten. De NAVO begon via AFRICOM te opereren op het Afrikaans continent.
 

Libië en het NAVO-kader voor Afrika

De NAVO-oorlog in Libië veranderde de dynamiek van de relatie tussen de Afrikaanse landen en het Westen. De Afrikaanse Unie was op haar hoede voor westerse militaire interventie in de regio. Op 10 maart 2011 richtte de Vrede en Veiligheidsraad van de AU een ‘High-Level ad hoc Comité voor Libië’ op. Tot de leden behoorden de toenmalige Voorzitter van de AU, dr. Jean Ping en de toenmalige staatshoofden van vijf Afrikaanse landen -de president van Mauritanië Mohamed Ould Abdel Aziz, de president van de Republiek Congo Denis Sassou Nguesso, de president van Mali Amadou Toumani Touré, de president van Zuid-Afrika Jacob Zuma en de president van Oeganda Yoweri Museveni- die niet lang na de totstandkoming van dit Comité geacht werden naar de Libische hoofdstad Tripoli te vliegen en te bemiddelen tussen de twee zijden van de Libische burgeroorlog. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties verhinderdeechter dat deze missie toegang verkreeg tot het land.

Tijdens een vergadering in juni 2011 tussen het Ad hoc Comité voor Libië en de Verenigde Naties zei Oeganda’s toenmalige Permanente Vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, dr. Ruhakana Rugunda: “Het is onverstandig van bepaalde spelers om bedwelmd te geraken door technologische superioriteit en te beginnen denken dat alleen zij de loop van de menselijke geschiedenis kunnen veranderen in de richting van vrijheid voor de hele mensheid. In het bijzonder, zou geen enkele constellatie van staten moeten denken dat ze de hegemonie over Afrika kan recreëren”. Maar dat is precies wat de NAVO-staten zich beginnen in te beelden.

De chaos in Libië heeft een reeks catastrofale conflicten in gang gezet in Mali, het zuiden van Algerije en delen van Niger. Op de Franse militaire interventie in Mali vanaf 2013 volgde de creatie van de G5 Sahel, een politiek platform van de vijf Sahel-staten -Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauritanië en Niger- en een militaire alliantie tussen dezelfde landen (met Frankrijk als beschermheer). In mei 2014 opende de NAVO een liaison-kantoor aan het AU hoofdkwartier in Addis Ababa.

Op de NAVO-top in Wales van september 2014 bespraken de alliantiepartners de problemen in de Sahel, wat leidde tot het ‘Readiness Action Plan‘, dat diende als “[de] motor van NAVO’s militaire aanpassing aan de veranderde en evoluerende veiligheidsomgeving”. In december 2014 evalueerden de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO-landen de implementatie van het plan. Ze focusten zich op de “dreigingen die uitgaan van onze zuidelijke buurlanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika” en legden een kader vast om de bedreigingen en uitdagingen aan te pakken waarmee het Zuiden geconfronteerd wordt, aldus een rapport van de voormalige voorzitter van de Parlementaire Assemblee van de NAVO, Michael R. Turner.

Twee jaar later, in 2016, op de NAVO-top in Warschau, besloten de NAVO-leiders om hun samenwerking met de Afrikaanse Unie verder op te drijven. Ze “[verwelkomden] de robuuste militaire inzet van de geallieerden in de Sahel-Sahara regio.” Om dit engagement te verdiepen richtte de NAVO een ‘Afrikaanse Standby Macht’ op en begon met het trainen van officieren in Afrikaanse legers.

De beslissing van Mali om het Frans leger uit het land te zetten, is geworteld in een algemene gevoeligheid op het continent voor westerse militaire agressie.

Ondertussen is de recente beslissing van Mali om het Frans leger uit het land te zetten, geworteld in een algemene gevoeligheid op het continent voor westerse militaire agressie. Geen wonder dan dat veel van de grotere Afrikaanse landen Washingtons positie weigerden te volgen wat de oorlog in Oekraïne betreft. De helft van deze landen onthield zich of stemde tegen de VN-resolutie die Rusland veroordeelde (waaronder Algerije, Zuid-Afrika, Angola en Ethiopië). Het is veelzeggend dat de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa verklaarde dat zijn land “zich inzet voor het bevorderen van mensenrechten en fundamentele vrijheden, niet alleen voor onze eigen bevolking maar ook voor de volkeren van Palestina, de Westelijke Sahara, Afghanistan, Syrië en in Afrika en de wereld”.

De schande van de westerse -en NAVO’s- dwaasheden, waaronder wapendeals met Marokko die de Westelijke Sahara helpen overleveren aan het Noord-Afrikaanse koninkrijk, en de diplomatieke steun voor Israël terwijl het apartheid-regime ten opzichte van de Palestijnen onverminderd doorgaat, vormen een scherp contrast met de westerse verontwaardiging over de gebeurtenissen die plaatsvinden in Oekraïne. Bewijs van deze schijnheiligheid dient als een waarschuwing bij het lezen van de welwillende taal die door het Westen wordt gebruikt als het gaat om de uitbreiding van de NAVO naar Afrika.
 


AUTEUR
Vijay Prashad is an Indian historian, editor and journalist. He is a writing fellow and chief correspondent at Globetrotter. He is the chief editor of LeftWord Books and the director of Tricontinental: Institute for Social Research. He is a senior non-resident fellow at Chongyang Institute for Financial Studies, Renmin University of China. He has written more than 20 books, including The Darker Nations and The Poorer Nations. His latest book is Washington Bullets, with an introduction by Evo Morales Ayma.


Bron: VREDE.BE – 30 mei 2022
Het artikel verscheen eerder op Globetrotter.


Uitgelicht: bron

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.