De nieuwe wereldorde van de Verenigde Staten

VS-minister van defensie Dick Cheney bespreekt in december 1990 de invasie van Irak voor vrijheid en democratie met bondgenoot Prins Sultan van Saoedi-Arabië.


 

17 JANUARI 1991: START VAN EEN VORIGE INVASIE TEGEN EEN ONSCHULDIGE BEVOLKING

Terwijl op 2500 kilometer van Brussel de Russische invasie zijn verwoesting van Oekraïne verderzet, moeten we ons blijven herinneren dat het niet de eerste maal is dat een land wordt verwoest met honderdduizenden onschuldige slachtoffers als gevolg. Een terugblik op die andere invasie die begon op 17 januari 1991 en ‘amper’ 39 dagen duurde.

 

Kaarsen en bloemen bij de bres die de eerste bom sloeg in de schuilkelder van Al Amiriyah, waarna de tweede bom door deze bres 504 ongewapende mensen, vrouwen, kinderen levend verbrandde.
Foto: Faisal1904/CC BY-SA 4:0

In de loop van de bijna twee maanden durende Golfoorlog (van 17 januari tot 24 februari 1991) werd Irak naar het stenen tijdperk gebombardeerd. Dichtbevolkte gebieden, waterzuiveringsinstallaties, bruggen, elektrische stations, medische en andere faciliteiten werden getroffen.

Ook civiele schuilkelders waren een doelwit, onder het voorwendsel dat die werden gebruikt door het Iraakse leger. Volgens het internationaal humanitair recht mogen burgers en civiele objecten nooit worden aangevallen. Maar dat is precies wat de door de VS geleide krijgsmacht heeft gedaan: de doelgerichte en precieze uitschakeling van alles wat Irak nodig had, niet om oorlog te voeren, maar om na de oorlog te overleven.

Vóór 1991 werd Irak door instellingen zoals de Wereldbank in haar World Development Report nog gerangschikt onder de “upper middle income“-landen, slechts één categorie lager dan de twintig rijkste, hoge-inkomenslanden waaronder ook België.

Irak bevond zich hiermee in het gezelschap van bijvoorbeeld Hongarije, Griekenland, Portugal en Zuid-Korea. In latere rapporten werd Irak teruggebracht tot de weinig benijdenswaardige status van landen in oorlog zoals Angola, van quasi-uiteengevallen staten zoals Congo en Liberia, en van andere, van de wereld afgezonderde landen zoals Mongolië.
 

Vernietiging van de civiele infrastructuur

Elektriciteitscentrales werden nagenoeg volledig verwoest, terwijl nog eens zes grote energiecentrales ernstig werden beschadigd. Aan het eind van de oorlog bedroeg de productie van elektriciteit nog slechts vier procent van het vooroorlogse niveau.

Bommen vernietigden de bruikbaarheid van alle grote dammen, de meeste grote pompinstallaties en vele rioolwaterzuiveringsinstallaties. Telecommunicatie-apparatuur, havenfaciliteiten, fabrieken, olieraffinaderijen en distributiecentra, spoorwegen en bruggen werden vernield.
 

Een zwaar bewapende Apache-helikopter, genoemd naar een door de VS uitgeroeid volk, tijdens training op een luchtmachtbasis in Nederland.
Foto: Nicky Boogaard/CC BY-SA 2:0

Ook de schade aan het milieu was dramatisch: het gebruik van verarmd uranium, het water van de rivieren Tigris en Eufraat 1  dat niet langer geschikt was voor consumptie, de bombardementen op chemische en nucleaire vestigingen, miljoenen tonnen afval die ter plaatse werden achtergelaten met onherstelbare aantastingen aan het broos ecosysteem tot gevolg.

De VS wisten dat dergelijke aanvallen zouden leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke substanties uit dergelijke installaties en bijgevolg tot ernstige verliezen onder de burgerbevolking konden leiden.

Voor de oorlog begon, had het Pentagon computermodellen ontwikkeld die nauwkeurig voorspelden welke milieuramp er zou ontstaan als de Verenigde Staten ten oorlog zouden trekken tegen Irak. Ze wisten heel goed wat de gevolgen van zo’n milieuramp zouden zijn.

Aanvallen door Amerikaanse vliegtuigen veroorzaakten veel, zo niet alle, olielozingen in de Golf. Vliegtuigen en helikopters dropten napalm en brandbommen op oliebronnen in heel Irak en creëerden zo veel oliebranden in Irak en Koeweit.

De Iraakse gezondheidsdiensten werden nagenoeg volledig verlamd. De drinkwatervoorziening was gestopt bij gebrek aan stroom. Honderden scholen, ziekenhuizen, moskeeën, kerken, schuilkelders, residentiële woonwijken, historische plaatsen werden willekeurig gebombardeerd, zonder militaire doelwitten in de buurt. Alle belangrijke ministeriële gebouwen werden vernield.
 

Groot-Brittannië was een enthousiast deelnemer aan de Golfoorlog. Geen enkele superieure Challenger I tank werd vernield, tegenover meer dan 300 vernietigde Iraakse tanks.
Foto: PHC Holmes/Public Domain

Deze oorlog was het begin van de “Nieuwe Wereldorde voor Vrede en Veiligheid” die president George Bush senior (1989-1993) 2  en zijn minister van Defensie Dick Cheney hadden beloofd na de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie.

In 1990 had president George Bush senior die Nieuwe Wereldorde uitgeroepen, gebaseerd op de Amerikaanse militaire superioriteit en de westerse economische dominantie. Regionale machten moesten buigen voor het nieuwe wereldwijde VS-imperium.

De volgende data bieden een uitgebreid overzicht van de destructieve militaire macht die werd ingezet door de Amerikaanse en de coalitietroepen tijdens de bommencampagne van de Golfoorlog in 1991 3 .

  • Aantal coalitietroepen: 670.000, voornamelijk Amerikanen
  • Aantal gevechtsvliegtuigen: 2.250, waarvan 1.800 Amerikaanse
  • Totaal aantal vluchten van 17 januari tot 28 februari: 65.000, dag en nacht
  • Bombardementen op Iraakse steden en terugtrekkend leger: 88.500 ton naast 297 Tomahawk-raketten en 35 CALCMS (worden vanaf B-52 toestellen afgevuurd)
  • Aantal verarmde uraniumprojectielen gebruikt: 940.000 plus 14.000 door Britse troepen
  • Aantal bommen dat is gevallen in steden: 210.004
  • Aantal clusterbommen: 39.336
  • Aantal Smart-bommen: 9.342
  • Lucht-grond raketten afgevuurd: 5.930

 

Met doelgerichte brandbommen werden honderden oliebronnen vernietigd, met een gigantische lucht- en bodemvervuiling tot gevolg die tot vandaag gezondheidsslachtoffers maakt in de regio. Met behulp van de media kan het VS-leger openlijk de eigen oorlogsmisdaden publiceren.
Foto: US Army/Public Domain

Als resultaat van de opzettelijke vernietigingscampagne werden de volgende Iraakse instellingen en infrastructuur vernietigd:

  • Scholen en onderwijscentra: 3.968
  • Universiteiten en instellingen voor hoger onderwijs: 39
  • Ziekenhuizen, volksklinieken en opslagruimten voor medische diensten: 421
  • Bruggen en snelwegen: 160
  • Opslagplaatsen, fabrieken, mijnen en industriële faciliteiten: 122
  • Ministeries en overheidsgebouwen: 100
  • Luchthavens, spoorwegen, post- en communicatiecentra: 475
  • Militaire ziekenhuizen en wervingscentra: 76
  • Voedselsilo’s, supermarkten, voedseldistributiecentra: 251
  • Banken en financiële dienstverleningscentra: 272
  • Moskeeën, kerken en religieuze centra: 159
  • Sociale dienstencentra (kindertehuizen en bejaardenhuizen, gevangenissen en correctionele instellingen): 44
  • Rechtbanken en justitiële centra: 76
  • Politieke centra en vakbondsgebouwen: 117
  • Servicestations van de stad Bagdad: 23
  • Industriële complexen van het leger: 32
  • Dammen, waterpompstations voor landbouw en civiele doeleinden: 205
  • TV-stations, radio-uitzendingen stations, musea en archeologische plaatsen: 90
  • Olieraffinaderijen en vervoersnetwerken, elektriciteitscentrales en -netwerken: 145
  • Riolerings- en drinkwaterzuiveringsinstallaties, stedelijke administratieve gebouwen
  • Burgerlijke schuilkelders 833, zoals de schuilkelder in Al-A’amiriya, waar in één aanval 408 ongewapende burgers werden vermoord (zie hieronder)
  • Commerciële centra en wooneenheden: 26.247.

Dit zijn allemaal oorlogsmisdaden, flagrante schendingen van het Internationaal Recht en het Oorlogsrecht.
 

Bombardement op civiele schuilkelder

Op 13 februari 1991 om half vijf ‘s ochtends schoten twee gevechtsvliegtuigen elk een lasergestuurde raketbom van 900 kilo af op een civiele schuilkelder in Al Amiriyah, Bagdad. De eerste boorde zich door 3 meter gewapend beton, waarna een tijdgeschakelde detonator binnen in het gebouw een explosie veroorzaakte.

Sally AHmad Salman, een van de onschuldige slachtoffers.
Foto: Faisal1904/CC BY-SA 4:0

Zes minuten later werd de tweede raket door de bres geschoten die de eerste bom had geslagen. De mensen in de bovenste verdieping verbrandden door de hitte, de mensen beneden werden gedood door kokend water uit de boiler van de bunker.

Op het moment van de aanval bevonden zich honderden Iraakse burgers in de schuilplaats. Minstens 408 mensen kwamen om en er was een onbekend aantal gewonden. De getallen variëren, mede omdat de registratielijst was verwoest. De doden waren voornamelijk vrouwen en kinderen.

Het Pentagon was volledig op de hoogte dat deze faciliteit tijdens de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) voor civiele doeleinden was gebruikt, maar stelde dat de bunker nu werd gebruikt voor militaire doeleinden. De tragedie van Al Amiriyah resulteerde in het grootste verlies aan burgerlevens in één incident tijdens deze Eerste Golfoorlog.

Het opzettelijk aanvallen van een schuilkelder voor burgers is een ernstige schending van het internationaal humanitair recht en een oorlogsmisdaad. Het bombardement werd echter nooit volledig onderzocht en de VS werden nooit ter verantwoording geroepen voor wat er is gebeurd.
 

“Snelweg van de Dood”

Toen werd vastgesteld dat de civiele economie en het leger voldoende waren vernietigd door de luchtbombardementen, trokken Amerikaanse grondtroepen Koeweit en Irak binnen, waarbij ze gedesoriënteerde, ongeorganiseerde, vluchtende Iraakse strijdkrachten aanvielen, overal waar ze konden, en daarbij duizenden soldaten doodden en materiaal vernietigden.
 

Opzijgeduwde voertuigen op de snelweg van de dood. Het terugtrekkende konvooi werd eerst vooraan en achteraan gebombardeerd, zodat er geen uitweg meer was, waarna de volle aanval werd ingezet.
Foto: airforce-magazine.com/Public Domain

In een bijzonder schokkend manoeuvre werden duizenden Iraakse soldaten onnodig en illegaal levend begraven onder het woestijnzand door militaire bulldozers. Deze massale slachting van Iraakse soldaten ging zelfs door na het zogenaamde staakt-het-vuren.

Erger nog was de slachtpartij op de terugtrekkende troepen. Highway 80 van Koeweit naar de Iraakse stad Basra, ging de geschiedenis in als de “Highway of Death” toen een terugtrekkende colonne Iraakse tanks en vrachtwagens in 1991 door de VS werd gebombardeerd, waarbij 2.700 voertuigen werden vernietigd.

Op 26 februari 1991 had Irak aangekondigd dat het aan de voorwaarden van een Sovjetvredesvoorstel zou voldoen en zijn troepen zou terugtrekken uit Koeweit. De Iraakse troepen werden dus niet verdreven uit Koeweit door Amerikaanse troepen zoals de regering-Bush beweerde. Ze trokken zich niet terug om zich te hergroeperen en opnieuw te vechten. Sterker nog, ze trokken zich terug, ze gingen naar huis, reageerden op orders van Bagdad en kondigden aan dat het land aan VN-Resolutie 660 voldeed en Koeweit zou verlaten.
 

Een maand na de aanval op het terugtrekkende konvooi waren nog steeds niet alle lichamen in de wrakken geborgen.
Foto: DoD/Public Domain

Volgens Koeweitse ooggetuigen, geciteerd in de Washington Post van 11 maart 1991, begon de terugtrekking op de 60 km lange snelweg van Koeweit naar Basra en was die tegen de avond in volle gang. Tegen middernacht begon het eerste Amerikaanse bombardement.

Honderden Irakezen sprongen uit hun auto’s en hun vrachtwagens en zochten beschutting. Amerikaanse troepen bleven bommen op de konvooien laten vallen totdat alle mensen waren gedood. Er vlogen zoveel jets over de snelweg dat het een luchtopstopping veroorzaakte, en er werd gevreesd voor botsingen in de lucht.

Kortom, in plaats van de overgave van Irak te accepteren, beslisten Bush en de Amerikaanse militaire strategen simpelweg om zoveel mogelijk Irakezen te doden.

Tijdens de terugtrekking werden ook Palestijnse en Iraakse burgers gebombardeerd, die zich in het konvooi bevonden. Volgens Time Magazine van 18 maart 1991 werden niet alleen militaire voertuigen, maar ook auto’s, bussen en vrachtwagens getroffen. In veel gevallen waren auto’s geladen met Palestijnse families met al hun bezittingen.

De schattingen van het aantal slachtoffers op de “Snelweg van de Dood” lopen uiteen van 300 tot 25.000. “Zelfs in Vietnam zag ik zoiets niet. Het is schrijnend”, zei majoor Bob Nugent, een inlichtingenofficier van het VS leger.
 

Canada zette CF-18 Hornet (‘horzel’) toestellen in tijdens de Golfoorlog.
Foto: USAF/Public Domain

Dit unilaterale bloedbad, deze racistische massamoord op Arabische mensen, vond plaats terwijl de woordvoerder van het Witte Huis, Marlin Fitzwater, beloofde dat de VS en zijn coalitiepartners Iraakse troepen die Koeweit verlieten, niet zouden aanvallen.

Dit was zeker een van de meest gruwelijke oorlogsmisdaden in de hedendaagse geschiedenis, die duizenden slachtoffers heeft geëist.

VS-opperbevelhebber generaal Norman Schwarzkopf gaf er deze wel erg cynische verklaring voor in 1995: “De eerste reden waarom we de snelweg vanuit Koeweit naar het noorden hebben gebombardeerd, is omdat er veel militair materieel op die snelweg was en ik al mijn commandanten het bevel had gegeven om elk stuk Irakees materieel te vernietigen.”

Deze AGM-86B drones worden vanaf B-52-toestellen afgevuurd.
Foto: USAF/Public Domain

“Ten tweede, dit was geen stelletje onschuldige mensen die gewoon probeerden terug te komen over de grens naar Irak. Dit was een stel verkrachters, moordenaars en schurken die het centrum van Koeweit hadden verkracht en geplunderd en nu probeerden het land uit te komen voordat ze werden gepakt.”

Volgens een artikel in de Washington Post van 11 maart 1991 probeerde de VS-regering al het mogelijke te doen om deze oorlogsmisdaad voor de wereld te verbergen. De regering organiseerde een pr-campagne die werd geleid door het militaire Centrale Commando.

Het opgehangen verhaal was dat de geviseerde konvooien verwikkeld waren in ‘klassieke tankgevechten’, om te suggereren dat Iraakse troepen probeerden terug te vechten of zelfs een kans hadden om terug te vechten.

The Washington Post schreef ook dat hoge officieren van het Amerikaanse Centrale Commando zich zorgen maakten over een groeiende publieke perceptie dat Iraakse troepen Koeweit vrijwillig verlieten en dat de Amerikaanse piloten hen genadeloos bombardeerden, wat de waarheid was.

De VS-regering negeerde het feit dat Iraakse troepen daadwerkelijk Koeweit verlieten. President Bush senior verklaarde immers dat hij de terugtrekking van iraaks leider Saddam Hoessein niet zou accepteren. Deze verklaring van Bush werd snel gevolgd door een militaire briefing op televisie vanuit Saoedi-Arabië om uit te leggen dat de Iraakse strijdkrachten zich niet hadden ‘teruggetrokken’ maar ‘van het slagveld waren verdreven’.

Deze opzettelijke campagne van desinformatie over deze militaire actie, de manipulatie van persbriefings om het publiek te misleiden en het bloedbad voor de wereld verborgen te houden is op zichzelf eveneens een oorlogsmisdaad.
 

Wie heeft de invasie betaald?

Dit was Operation Desert Storm. De International Herald Tribune becijferde op 26 april 1993 dat deze Golfoorlog 676 miljard $ heeft gekost, wat op dat ogenblik overeenkwam met de helft van de totale schuldenlast van de Derde Wereld.

Wie heeft dat gelag betaald? Saoedi-Arabië droeg bijvoorbeeld 50 miljard $ bij, Koeweit 17 miljard $. Andere landen, zoals Japan en Duitsland hebben ook miljarden dollars betaald. Uiteindelijk was de militaire operatie Desert Storm zelf een winstgevende zaak voor de VS, de langetermijnkosten niet meegerekend, zoals de vergoedingen voor veteranen van deze oorlog.

Meer dan 650.000 VS-soldaten dienden van 2 augustus 1990 tot 31 juli 1991 in Operation Desert Storm en in de daaropvolgende Operation Desert Shield (2 augustus 1990 – 17 januari 1991). Om als veteraan in aanmerking te komen voor sociale uitkeringen is deze Golfoorlogperiode nog steeds van kracht. Dit betekent dat iedereen die vanaf 2 augustus 1990 in militaire dienst was, wordt beschouwd als een Golfoorlogveteraan.

Irak heeft op 9 februari 2022 de betaling van 52,4 miljard $ voltooid om individuen, bedrijven en regeringen te compenseren die schade hebben geleden als gevolg van de invasie en bezetting van Koeweit in 1990, zo verklaarde de VN-dienst voor herstelbetalingen.

Na de Golfoorlog volgde nog een dodend embargo dat op zijn beurt honderdduizenden slachtoffers maakte. De ellende was na de Golfoorlog voor het Iraakse volk nog lang niet afgelopen.

 


VOETNOTEN
1.  Die we allen nog kennen van onze geschiedenislessen over Mesopotamië (= ‘midden tussen de rivieren’ – Tigris en Eufraat) over de bakermat van onze moderne geschiedenis, waar de eerste schriften werden gemaakt, de eerste universiteiten werden opgericht (nvdr).
2.  Vader van president George W. Bush (2001-2009) (nvdr).
3. “Reconstruction Campaign, Statistics and Data”. Reconstruction Magazine, Reconstruction Research Centre, College of Engineering, University of Baghdad, Volume No. 2, 1998. Baghdad, Iraq.


Bron: De Wereld Morgen17 januari 2023


Uitgelichte foto: DoD/Public Domain

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.