Extremisme en het politieke centrum

Alfred Hitchcock: Vertigo (1958)




Als je het wezen ontkent van fascisme, waarvan de wortels liggen bij de zogeheten Verlichting, en de bestaande orde als een natuurlijk gegeven beschouwt, omarm je het politieke midden, niet links of rechts, plaats je jezelf in dat centrum en laat je de kerk waar ze van oudsher thuishoort, in het midden.
 
Overzichtelijk en beheersbaar moet het zijn, met de macht geconcentreerd in handen van een intellectuele, financiële elite die tevens de norm bepaalt van de heersende cultuur. Subversiviteit en anarchie dienen uitgesloten te worden. Verscheidenheid valt nu eenmaal niet onder controle te houden en wordt tot een bedreigende maatschappelijke factor gerekend die als extremisme geduid wordt, verzinnebeeld in het hoefijzer, “links” en “rechts” een pot nat.
 


 
 

DE VALKUILEN VAN HET HOEFIJZERMODEL

 

Herwig Lerouge

 
De hoefijzertheorie is opnieuw in opmars. De gedachte dat ‘de uitersten’ op elkaar lijken is een manier om extreemrechts te normaliseren en tegelijk een poging om authentiek links te problematiseren.
 

Hoefijzermodel – uit: Dick Pels “De geest van Pim”

 

EXTREMISME IN HET CENTRUM

Het idee van een ‘redelijk’ centrum versus de extreme standpunten van uiterst links en uiterst rechts weerspiegelt natuurlijk vooral hoe dat centrum zichzelf ziet: als alles wat de extremen niet zijn (democratisch, pragmatisch en open voor compromissen). Landen floreren wanneer ze door centristen worden geleid, is de gedachte.

Alsof centristen niet in staat zijn om extremistisch te handelen. Als we even voorbij het centristisch zelfbeeld kijken en het vergrootglas richten op hun feitelijke beleid, zien we iets anders.

Extremisme kan gedefinieerd worden als “het pleiten voor het nemen van extreme maatregelen jegens medemensen, voor het uitsluiten van bepaalde bevolkingsgroepen uit de politiek, voor het actief ontzeggen van basisrechten aan groepen en het vaak laten volgen van dit soort uitsluiting door daadwerkelijk geweld”.1

En daar hebben ook de centristen van gisteren en vandaag zich meer dan eens schuldig aan gemaakt. In de 19de eeuw werden de Verenigde Staten alom geprezen om hun liberale democratische karakter. Maar deze democratie stond ook voor de gewelddadige uitsluiting van groepen ‘anderen’, zoals inheemse Amerikanen en Afro-Amerikanen. Democratie en basisrechten voor witte mannen gingen gepaard met gewelddadig extremisme tegen die groepen. Gedurende de hele geschiedenis van de VS hebben politieke centrumpartijen vormen van gewelddadige uitsluiting gesteund, uitgevoerd en gelegitimeerd. Het maakte gewoon deel uit van het toenmalige centristische ‘gezond verstand’.

In Europa manifesteerde deze centristische brutaliteit zich vooral via het kolonialisme. Een geschiedenis die veel Europese centristen tot vandaag weigeren onder ogen te zien. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (MR) noemde massamoordenaar Leopold II in 2010 nog “een visionair en een held”, en het achteraf oordelen over diens beleid in Congo noemde hij “al te gemakkelijk”.2  Zowel de koloniale gruweldaden uit het verleden als hun vergoelijking vandaag, komen uit de koker van centristen. Nazi-Duitsland inspireerde zich voor zijn rassenbeleid en wreedheden op die koloniale regimes. Tussen 1904 en 1908 vermoordden Duitse soldaten tienduizenden bewoners van wat nu Namibië heet. Ze deden dat volgens principes die de nazi’s later toepasten tijdens de Holocaust — zoals het onderscheid tussen superieure en minderwaardige mensen en met concentratiekampen. Duitsland erkende deze volkerenmoord pas in 2021.

Het onweerlegbare feit dat centristen net zo goed extremistisch kunnen zijn, wordt volledig verdoezeld in het hedendaagse politieke discours. Nochtans gaat het niet enkel over een ver verleden. Hoeveel centrumpartijen in de VS en Europa steunden deze eeuw de brutale oorlogen in Irak, Afghanistan of Libië? Hoe redelijk stelt het ‘redelijke midden’ zich op tegenover de genocide in Gaza? Of wat was er alweer zo ‘gematigd’ aan de manier waarop het Griekse volk onder eurocratische curatele werd geplaatst en in armoede geduwd, als waarschuwing aan eenieder om de Duitse en Franse grootbanken niet tegen de haren te strijken?

Een deel van het ‘anti-extremen-centrum’ is ondertussen aardig naar extreemrechts opgeschoven. Ga maar eens na hoeveel punten uit het racistische 70-puntenplan van het Vlaams Blok destijds, vandaag worden besproken door partijen in het ‘midden’, of zelfs al worden toegepast zonder ze te benoemen.

Wat voor racisme geldt, geldt ook voor andere domeinen, zoals de aanvallen op de universele mensenrechten en het bashen op vakbonden en andere maatschappelijke tegenkrachten. De verschillende crisissen van de afgelopen decennia — terreuraanslagen, bankencrisis en coronacrisis — leidden telkens tot de versterking van de uitvoerende macht (de regering) ten koste van de parlementaire macht. Dat gebeurde via volmachten, noodwetten, uitzonderingswetten of pandemiewetten. Het sociaal overleg wordt afgebouwd, de democratische ruimte wordt beperkt, de positie van de vakbonden komt onder druk, en het stakingsrecht wordt bedreigd.

De rechterlijke macht, die bescherming moet bieden tegen willekeur en een tegenwicht vormen voor de uitvoerende macht, komt onder vuur. Politiekers vragen om zonder gerechtelijk bevel publieke bijeenkomsten te kunnen verbieden, huisarresten op te leggen, administratieve huiszoekingen te verrichten, preventieve aanhoudingen te kunnen verrichten. De media zijn in handen gekomen van enkele grote mediatycoons, en ze laten steeds vaker de stem horen van de rechtse lobby voor recht-en-orde. Wat is het centrum waard als rechtsextremisten hun standpunten met succes ingang kunnen doen vinden in dat centrum?
 

UITERST WIT IS NIET UITERST ZWART

De hoefijzertheorie geniet weinig bijval in academische kringen. Het is een oversimplificatie van politieke ideologieën die fundamentele verschillen negeert.3   “Veel wetenschappers verwerpen die theorie omdat links en rechts net in één heel essentieel punt totaal anders zijn”, zegt Leonie de Jonge, politicologe aan Rijksuniversiteit Groningen. “Extreemlinkse partijen streven naar radicale gelijkheid, terwijl de rechtse partijen sociale ongelijkheid net natuurlijk vinden. Het is echt appels met peren vergelijken.”4

Simon Choat, hoofddocent politieke theorie aan Kingston University, stelt dat extreemlinkse en extreemrechtse ideologieën slechts de vaagste overeenkomsten delen.5  Zij verzetten zich tegen de status quo. Maar ze hebben daarvoor heel verschillende redenen en heel verschillende doelstellingen. Kritiek hebben op de samenleving omdat ze niet voldoet aan haar eigen democratische normen van vrijheid, gelijkheid en medezeggenschap, is iets heel anders dan een onmenselijke ideologie voorstaan die deze normen en de bijbehorende rechten fundamenteel in twijfel trekt of volledig ontkent.

Zowel radicaal links als extreemrechts vallen de neoliberale globalisering en haar elites aan, maar ze hebben tegenstrijdige opvattingen over wie die elites zijn en tegenstrijdige redenen om ze aan te vallen. Voor links is het probleem van globalisering dat het kapitaal vrij spel kreeg en de economische en politieke ongelijkheden heeft verdiept. De oplossing is dus: beperkingen opleggen aan het kapitaal en/of mensen dezelfde bewegingsvrijheid te geven die nu wordt toegekend aan kapitaal, goederen en diensten. Voor rechts is het probleem van globalisering de erosie van traditionele en homogene culturele en etnische gemeenschappen. De oplossing van rechts is: de globalisering terugdraaien, het nationaal kapitaal beschermen en meer beperkingen opleggen aan het verkeer van mensen.
 

EEN THEORIE VAN HET STATUS QUO

Voor de meeste zaken in het leven is een evenwichtige aanpak meestal de juiste. Maar er is geen enkele reden om dat op de politiek toe te passen en ervan uit te gaan dat een compromis altijd het beste ideaal is. Over slavernij sluit je geen compromis, zoals het centrum in de VS deed, je schaft het af. Ook over kinderarbeid, stemrecht of racisme is er geen ‘grijs’.

Sociale en individuele rechten en progressieve veranderingen werden zelden zomaar door de heersende orde toegekend. Ze moesten worden bevochten. Denk maar aan dokter Peers die eerst de gevangenis werd ingegooid vooraleer het recht op abortus werd afgedwongen. Of de vakbondsmilitanten die in hun strijd voor de afschaffing van kinderarbeid en voor het stemrecht vielen onder de kogels van de centrumregeringen. Of Nelson Mandela, die bijna dertig jaar achter de tralies zat, omdat het ‘illegaal’ was om tegen het racistische apartheidsregime te strijden, en die door de VS zelfs als ‘terrorist’ werd bestempeld.

Het begrip extremisme speelde historisch alleen in de kaart van degenen die willen dat alles bij het oude blijft. En dat is vandaag nog altijd zo. Het is gemakkelijker om tegenstanders van het centrum als extreem of onwettig af te schilderen dan om na te denken over de eigen staat van dienst. Mensen worden kwaad wanneer centrumpolitici nog maar eens besparen op pensioenen, wanneer ze jaren op de wachtlijst voor een sociale woning moeten staan, wanneer ze steeds harder moeten werken en toch hun koopkracht zien dalen, wanneer hun bus niet meer komt en de bankautomaat en het postkantoor in de buurt dicht gaan, wanneer ze hun belastingen zien verhogen terwijl zelfverklaarde ‘centristen’ louche belastingconstructies blijven verdedigen. Zoals Jason Frank opmerkt, door “te focussen op populisme als de primaire bron van democratisch verval”, dreigen ze de ontwikkelingen te verdoezelen die “de democratische instellingen en de betekenis van democratisch burgerschap de afgelopen veertig jaar het meest hebben ondermijnd”.6
 

HET CORDON SANITAIRE AAN DIGGELEN?

De rechtse partijen gebruiken het argument van ‘les extrêmes se touchent’ om radicaal links in diskrediet te brengen terwijl ze hun eigen medeplichtigheid met extreemrechts ontkennen. Historisch gezien waren het centrumpartijen — in Duitsland, Italië, Spanje, Chili, Brazilië en tal van andere landen — die extreemrechts aan de macht hielpen, meestal omdat ze liever een fascist aan de macht hadden dan een echte socialist.

Als het er werkelijk op aankomt, is extreemrechts wel aanvaardbaar in de democratische ruimte die het centrum zelf vastlegt. Radicaal links nooit. Dat de N-VA, bijvoorbeeld, nooit met de PVDA wil besturen is haar goed recht. Maar De Wever gaat vele stappen verder. Hij wil ook andere partijen verbieden om met de PVDA samen te werken.

De Wever gebruikt de bestaande coalities met de PVDA om recht te praten dat hij straks van plan is om het cordon sanitaire te doorbreken. Dat is ook de mening van oud-VRT-journalist Walter Zinzen: “De PVDA is bij mijn weten nog nooit voor enig misdrijf veroordeeld. Vlaams Belang daarentegen is, eveneens bij mijn weten, de enige partij in de naoorlogse politieke geschiedenis van België die veroordeeld is voor racisme. En dat is — andermaal — bevestigd op het jongste congres van het Belang over migratie. De vreemdelingen worden nu ‘crimineel importgespuis’ genoemd. (…) Het is enkel en alleen het racisme van het Blok/Belang dat de aanleiding is geweest voor het cordon… Voor N-VA is het doel wellicht niet zozeer om coalities van andere partijen met PVDA te vermijden, maar wel om de deur open te zetten voor samenwerking met het VB of toch minstens delen van die partij.”7

Er is bij rechtse traditionele partijen vandaag een groeiende tendens tot banalisering van extreemrechts gedachtegoed en normalisering van samenwerking met extreemrechts.

In 2000 kwam in Oostenrijk de fascistische FPÖ aan de macht. Toen stond het hele Europese establishment nog op zijn achterste poten. Vandaag leiden extreemrechtse partijen regeringen in Italië, Hongarije en straks misschien ook in Nederland. In Zweden kreeg een extreemrechtse partij met een neonaziverleden (Zweedse Democraten) als gedoogpartij indirect regeringsmacht. In Finland sloten de extreemrechtse Ware Finnen een akkoord met twee conservatieve partijen om de meest rechtse regering sinds De Tweede Wereldoorlog te vormen. Centrumpartijen regeerden met gedoogsteun van extreemrechts in Nederland, Denemarken en vandaag in de Spaanse regio Andalusië.

In Vlaanderen onderhandelde De Wever in 2019 met het VB over een Vlaamse regering. Niet voor de schijn, zo blijkt. “N-VA vroeg ons om in een Vlaamse regering mét Vlaams Belang te stappen, we zouden rijkelijk beloond worden”, zei toenmalig Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten daarover.8

Door die onderhandelingen kon het Vlaams Belang de indruk wekken dat het aan de macht kan komen. In de gemeente Grimbergen is alvast zo’n experiment van start gegaan. De lijst Vernieuwing van ex-VB’er Bart Laeremans zit er in een coalitie met N-VA en Open Vld. Is het nu tijd voor de volgende stap? De krant De Zondag stelt de vraag op scherp: “Zou u eerder besturen met Vlaams Belang dan met de PVDA?” Antwoord van De Wever: “Ja, natuurlijk. Als Vlaams Belang zijn shit opkuist, waarom niet? Maar zolang die partij extremisten duldt die voortdurend anderen beledigen en onder de gordel aanvallen, zet ze zichzelf buitenspel. De dag dat zij een geloofwaardig traject opzetten om daarmee te stoppen, kunnen ze wat mij betreft mee besturen.

Walter Zinzen daarover: “Over het racisme van het Belang horen we De Wever nooit, terwijl dat toch de essentie is. Het is alsof de N-VA-voorzitter zegt: met Van Grieken wel, met Dewinter niet. Zou hij werkelijk denken dat Van Grieken ‘fatsoenlijker’ is dan Dewinter? (…) De Van Grieken die voor een AfD-gehoor in Duitsland gaat vertellen dat Duitsers niet beschaamd moeten zijn voor hun verleden, maar er trots op moeten zijn? Trots op Buchenwald of trots op Auschwitz-Birkenau? Van Grieken, de man die vindt dat Europa ‘blank’ moet zijn? Van Grieken, de man die een partij leidt die linkse tegenstanders ‘ratten’ noemt? Net zoals de nazi’s dat deden met de Joden? Van Grieken, de man die openlijk zegt dat hij linkse leerkrachten ‘de rekening zal presenteren’ als hij aan de macht komt en dat hij daartoe een kliklijn zal installeren?

Extreemrechts vangt, in het belang van de meest reactionaire kringen van het establishment, de mensen op die zich ontgoocheld van de traditionele partijen afkeren. Ze richt de maatschappelijke ontgoocheling niet naar boven, naar het establishment, maar ze stampt naar onder. Overal steelt extreemrechts sociale programmapunten van authentiek links. Dat is niet nieuw. De essentie van het fascisme is de creatie van een massabeweging via sociale, nationalistische en racistische demagogie.

Het antifascisme mag niet in de valkuil trappen van de ‘strijd tegen de extremen’. De PVDA mag nog honderd keer herhalen dat de Sovjet-Unie haar model niet is, dat het socialisme een langdurig proces is, met hoogtes en laagtes, met mooie realisaties maar ook met zware fouten, zoals het in de congresteksten van 2015 staat. Maar dat is niet wat (centrum)rechts wil horen. Wat ze willen horen is dat de idee van het socialisme zelf absurd en misdadig is, dat het socialisme geen alternatief is voor de vrijemarkteconomie. Dat is de eis die wordt gesteld om niet in de extreme hoek te worden gedrumd en buiten het democratisch debat komen te staan.

Westerse kapitalistische regeringen haten en vrezen het socialisme niet om een gebrek aan politieke democratie, maar omdat het probeert een economisch systeem op te bouwen dat gelijkheid en verdeling van de rijkdom garandeert.

Die regeringen waren zelf nooit vies van samenwerking met extreemrechtse dictaturen. Ook na De Tweede Wereldoorlog varieerde hun houding van tolerantie tot steun voor de regimes van openlijke of verdoken fascisten zoals Franco, Salazar, de Griekse kolonels, de Argentijnse generaals, Pinochet in Chili, Soeharto in Indonesië, Mobutu in Congo…

Linkse regimes werden daarentegen altijd bestreden. Het maakte niet uit of die de steun van de bevolking hadden en wettelijk verkozen waren, zoals Salvador Allende in Chili of Patrice Lumumba in Congo, of in een ‘dictatoriale’ gedaante verschenen.

Ook nu is de theorie van de extremen een inrijpoort naar het normaliseren van extreemrechts en het criminaliseren van het marxisme en het socialisme. Vanuit democratisch oogpunt is het een theorie die intellectueel bestreden moet worden. Het is een strijd voor het recht op een links maatschappelijk alternatief, dat onder meer Bouchez als “absurd” afdoet. Hij wil dat de PS niet alleen in daden maar ook in woorden opnieuw pro-business wordt, en dat de huidige socialistische leidershun onder invloed van de PVDA naar links opgeschoven discours achterwege laten. Het is een strijd om opnieuw de economische analyse centraal te stellen, de structurele ongelijkheden, de systemische problemen aan te kaarten. Een strijd om niet enkel het ‘realisme’ van investeerders, bankiers en vermogenbeheerders, maar ook de realiteit van de werkende klasse een plaats te geven in de politieke arena.


1.  Yeksmesh, V. A. P. B. (2016, 2 juli). Centrism extremism: how horseshoe-politics silences brutality. Spirit Of Contradiction.
2.  Michel noemt Leopold II “visionaire held”, VRT, 22/6/2010.
3.  Wikipedia-bijdragers. (2023, 19 november). Hoefijzermodel. Wikipedia.
4.  Kelepouris, S. (2023, 16 december). Wat maakt een partij extreem? ‘Ik vind Groen de meest extreme partij vandaag’
5.  Choat, S. (s. d.). ‘Horseshoe theory’ is nonsense — the far right and far left have little in common. The Conversation.
6.  Geciteerd in Anton Jäger Cité dans: Jäger, A. (2018, 5 december). The Guardian’s populism panic.
7.  Walter Zinzen, Verkiezingen ja, maar waarover?, MO magazine, 14/05/2023.
8.  Mvdb (2020, 26 juni). Rutten: “N-VA vroeg ons om in Vlaamse regering mét Vlaams Belang te stappen, we zouden rijkelijk beloond worden”.

 


AUTEUR
Herwig Lerouge is voormalig hoofdredacteur van het tijdschrift Marxistische Studies en specialist in de geschiedenis van het nazisme en extreemrechts in Vlaanderen.


BRON
LAVA22 maart 2024 (het volledige artikel)


 

 

Uitgelicht: bron

2 gedachten over “Extremisme en het politieke centrum

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.