Tilburg – Paris (Gare du Nord)

Max Ernst



har verkooyen



Begin jaren ‘70 zat de angst me nogal op de hielen. Het was de wereld, die me zo bang had gemaakt door zo realistisch te zijn als hij was en niet in dromen te geloven. Sterker nog, door alleen realistische dromen te willen horen. Waar dromen we van? zei de wereld. Antwoord: arbeid voor iedereen, loonsverhogingen van een paar procent, een gevaarloos slavenbestaan, massareizen naar nergens, volkshuisvesting om met zijn allen eenzaam te zijn. En tot niemand drong dat door. Dat ze liefdeloze levens leidden, met zijn tweeën op een bankstel in een flat, waar elke spanning, elke droom gedoofd werd door de tv en de lege gesprekken.

Omdat ze zo bang en zwak waren gaven de mensen zichzelf de illusie dat ze sterk waren door naar sport te kijken. Als enige met een manier om uit de val te ontsnappen presenteerde zich de politiek, de linkse weliswaar, maar die maakte me nog banger. Want die wilde alleen verbeteringen en daarmee was ze net zo blind als de cycloop van Odysseus – en even bot en moorddadig, maar zeker niet zo makkelijk te bedriegen met dat grapje van “Niemand“.




Ik was altijd bang. Omdat ik geen illusie wou was dat de prijs die ik betaalde. In huis moest altijd drank aanwezig zijn vanwege de paniekaanvallen. Naar buiten gaan, het huis uit en de straat op  durfde ik nauwelijks. In de rij voor de kassa was ik eens door paniek getroffen en daarna meed ik rijen voor de kassa. Dan wachtte ik tot een nieuwe kassa openging en ik de eerste in de rij was.

Paniek is niet zozeer de angst om dood te gaan, maar eerder een angst voor zichzelf. Panisch voor de paniek. Angst dat ze blijft doorgroeien en dat daar niets tegen te doen is. Ze is circulair als een draaikolk en bevindt zich op een klein terrein dat met geweld het hele bestaan overneemt. Of ze is de grote angst die zich focust op de paniek, enkel om een brandpunt te hebben. Ze is een autonoom, zelfversterkend en zeker niet rechtlijnig proces. En alleen met drank is er tijdelijk aan te ontkomen. Met de snelgedronken fles bier die je buik koelt en verwarmt tegelijk wordt de angst enigszins beheersbaar, maar niet beheerst. Ze blijft slechts in potentie te temmen. Een heel klein beetje troost voor even.

Een paar cafés in Tilburg vond ik veilig. Gelukkig waren er daarvan genoeg om altijd binnen een paar minuten vluchtafstand te zijn. Ook de trein naar Parijs ging alleen met hulp van voldoende alcoholhoudende medicatie en in de zekerheid dat er in Parijs voldoende bier en wijn te krijgen was. Maar voor het vertrek had ik thuis altijd een paar keer overgegeven en even vaak besloten om niet te gaan.

Gelukkig ging F. altijd mee. Misschien dat ze wel eens tegen een vriendin over me klaagde, tegen mij uitte ze nooit verwijten of scheldwoorden of beschuldigingen. Zonder haar had ik er niet eens aan kunnen beginnen, aan zo’n lange reis.

Een treinreis is een gevangenis in de tijd. Ik heb ooit glas-in-loodramen gemaakt, wat ik het meest vervelende proces vind dat ik ken, want direct na de vrijheid van het ontwerpen komt het uitvoeren, waarin je nogal nauwgezet moet maken wat je ontworpen hebt. Dan is er nog maar één weg terug: stoppen, het ontwerp verscheuren, de loden profielen losmaken en het gesneden glas in de vuilnisbak gooien. Reizen in de klassieke zin is net zo iets.

Van Tilburg naar Parijs waren we een uurtje of zeven onderweg in een onveranderbare reis. Ik was de gevangene van mijn eigen besluit. Dus werd na het vertrek uit Roosendaal, hoewel ik exact wist hoeveel flesjes ik bij me had, de biervoorraad gecontroleerd en het eerste flesje aangesproken. Vanaf Antwerpen kwamen er meer mensen zitten in het compartiment voor 8 personen waar we plaatsen hadden.

Zo’n compartiment heeft voordelen: de mensen kunnen elkaar zien en als ze willen met elkaar praten – niet zoals een TGV-coupé, die op een vliegtuig lijkt en waar je in een tweepersoons-cocon zit, vanwaaruit je niet eens de achterhoofden ziet van wie voor je zitten. In de cocon is de kans op een echte ontmoeting miniem, want er zit er maar een naast je. Maar dan lijkt het alsof mensen juist als ze het dichtst bij elkaar zijn het meest afstand houden. Dat de mensen die naast je zitten allerlei redenen hebben om juist geen contact willen, meestal uit angst, denk ik: zo dadelijk zit ik eraan vast; misschien is het een gek; wat als hij me in verlegenheid brengt en iedereen zo dadelijk gaat kijken naar een Ons dat geen Ons is. Die angst voor mensen ken ik niet.

Als nabijheid mensen dwingt om extra afstand te houden, is dan niet elk huwelijk of vaste relatie daardoor gedoemd te mislukken? Te veranderen in mensen die elkaar afwijzen en pijn doen? Een even kleine kans op een ontmoeting als in de two-seater is er in het restauratierijtuig, waar wel wijn en bier te koop is. Maar daar zetten veel reizigers de muur op van de balligheid, protsen met drukdruk, telefoons in de hand en confectiepakken aan die zeggen: Spreek me niet aan! Ik ben te belangrijk! Hmm, in een trein zitten en net doen alsof ze jetsetters zijn.

Maar in het compartiment moest je elkaar wel aankijken. Sommige damesachtige mannen of vrouwen verscholen zich dan wel achter een boek, maar dat was geen uren vol te houden en omdat ik graag wat provoceerde vroeg ik de verschuilers of ze ook wat van onze worst lustten, of wat kaas. Zo ontstonden soms gesprekken – maar mogelijk kwam dat meer door de lieve glimlach van F. dan door mijn wat pesterige gedrag. Tegen dat we in Parijs kwamen was ik ontspannen door het bier en uiterst charmant. Sommige gesprekken waren erg plezierig, zoals die met een Algerijn die op de Renaultfabriek in Flins werkte en ons uitnodigde hem te komen bezoeken, wat we de volgende dag deden. Twee hippies in een fabriek vol Noord-Afrikaanse mannen, die wel wilden mee-eten in de kantine: kippenvleugels in tomatensaus.

Bij de aankomst op het kleine station van Rosny-sous-Bois werden ons de tassen door een paar Tunesiërs uit de handen gerukt omdat zij die wilden dragen. En daarna samen naar het café.



Uitgelicht: Max Ernst – bron

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.