Don’t follow me

Ernö Vadas: Processie, Budapest (1934)



Waarom die herder met de kudde? Het verlangen naar leiderschap en in tijden dat het slecht gaat naar de grote leider in wie een blind vertrouwen wordt gesteld. Waarom o waarom zijn ze zo vaak van katholieke signatuur? Vandaar het ‘laat de kinderen tot mij komen…’? 

Eens katholiek, altijd katholiek, schuinsmarcheerder of niet. Biechten kan altijd nog. 

Het gefocust zijn op godsdienst, de andere met name, maar er niet mee willen communiceren. Het is als een tweede natuur. Het relativeren van het lijden van de andere. Joden, moslims, communisten. Een miljoen meer of minder, wat dondert het. En de kudde blaat het liedje mee.

Ook die anti-parlementaire houding. Geen weet van een politiek debat. Weglopen is het parool. Of niet lezen, toch al niet het sterkste punt in katholieke kring. Ze hebben het vooral van horen zeggen. Of hoe een mug tot olifant wordt. Dankzij rechercheurs en cipiers. Ook een realiteit maar welke? Met nadruk: in welk perspectief? In dat van de rattenvanger of de democraat?


Uitgelichte foto: Ernö Vadas

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.