Mozart in de Notre-Dame

Rosette
Mozart: Requiem – Lacrimosa




HAR VERKOOYEN



Een optreden in de Notre-Dame (Leur-Dame, zeiden wij vroeger)

Het mannenkoor is een cultureel verschijnsel dat het in deze tijden niet makkelijk heeft. De leden zijn over het algemeen grijs en brildragend. Daarbij zingen de koren serieuze muziek. In het koor van E. waarin ik bas zong, stond zelfs in de statuten dat er geen liederentafel-muziek werd gezongen. Je kunt je de leeftijd voorstellen als ik vertel dat ik, toen ik me op mijn vijftigste als lid aanmeldde, als een van de jongeren werd beschouwd. Maar zoals gelukkig bij alles in de Limburgse muziekwereld, was bier een onmisbaar onderdeel van het verenigingsleven. Het werd vaak erg gezellig na het officiële deel van de repetitieavond.

Het koor zong klassieke muziek, bij allerlei gelegenheden, maar ook in de kerk, vaak tijdens de begrafenismis van een ontvallen zanger. Als tegenprestatie voor de beperkte subsidie verplichtte de gemeente om elk jaar twee of drie concerten te geven in E. zelf of in een van de kerkdorpen. Jaarlijks maakten we per bus een vierdaagse concertreis, mannen onder elkaar. Meestal ging de reis naar Duitsland, vanwege de vergelijkbare muziek- en drinkcultuur. Als we daar in een café begonnen te zingen, stroomde de zaak al snel vol met nieuwsgierige voorbijgangers, een glimlach op hun gezicht. Het lukte altijd om tijdens zo’n reis een mis te zingen in een respectabele kerk. Daarbij beschikten we over de hulp van bisschop W. die in een telefoontje met zijn plaatselijke collega steevast onze middelaar was.

Een jaar of vijftien geleden werd Duitsland ons te klein. Het oog viel op Parijs. Ik weet niet hoe het gegaan is, misschien kende bisschop W. zijn Parijse collega wel persoonlijk, maar ons was een optreden in de Notre-Dame toegezegd. We meldden ons met zijn tachtigen ruim op tijd bij een zij-ingang, die ons in een ruimte bracht die wat op een sacristie leek. Daar konden we ons omkleden in het uniform dat bestond uit een smoking met een zwart strikje. Leuk, zal de lezer denken, maar wat haatte ik dat pak. Intussen gingen de voorzitter en de dirigent in overleg met de kanunnik van de Notre-Dame, want die wilde nog even ons muzikale programma doorspreken. Dat zou wel geen problemen opleveren, dunkte ons.

Maar het overleg duurde langer dan door deze veronderstelling gerechtvaardigd was. Twintig minuten na de de geplande aanvangstijd kwamen de twee gezanten met bleke gezichten terug. Geen enkele seculiere muziek, had de kanunnik verordonneerd. De leden zuchtten opgelucht. We hadden immers geen enkel drinklied geprogrammeerd. Helaas, legden dirigent en voorzitter uit, zo zat de vork niet in de steel, hier in de Notre-Dame. Alles van Mozart bijvoorbeeld, niet alleen de Zauberflöte, maar ook een Kyrië of een Gloria dat we wilden zingen, álles van die vrijmetselaar werd als seculier ongeschikt geacht voor de Notre-Dame. En alles van iedereen die ooit wulps was geweest eveneens. Gounod? Weg ermee. Alleen echte kwezels mochten gehoord worden.

In onze map zat nog één lied dat wel door de beugel kon. Was het een Credo of een Gloria van Poulenc? Ik weet het niet meer. Ik was tijdens de vijf minuten uitvoering te zeer onder de indruk van het feit dat we in de Notre-Dame mochten zingen. Midden in de kerk stonden we, tussen de toeristen, precies onder de flèche van Viollet-le-Duc die onlangs naar beneden is gekomen. De toeristen gaven ons een bescheiden applausje.




Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.