Medisch-industrieel complex

Merab Abramishvili




Tijdens de pandemie ervaren we nadrukkelijk het spanningsveld tussen de zeggenschap over ons lichaam en de (mede-)verantwoordelijkheid voor ons aller gezondheid. Concreet, wat is de rol van de arts? Diagnose stellen, therapie voorschrijven, zorg dragen voor preventie? Of gaat ze verder?

In Duitsland werd al in de 70er jaren gesproken over Apparatemedizin, een term die duidt op het onderwerpen van ons lichaam aan ontwikkelde technologie. Daarnaast is er de medicalisering met dank aan de farmaceutische industrie. Wie voert over dit alles nog controle, wie heeft nog zicht op het complex dat gezondheidszorg heet? Een arts beslist niet, dan zal hij of zij het grootste deel van de beschikbare tijd op zijn minst moeten doorbrengen met studie en dan nog blijft heel veel in het ongewisse om kortom het medisch-industrieel complex te (leren) doorgronden.

En wat te doen als het de gezondheid van ons allen betreft, niet slechts v.w.b. een pandemie, maar nadrukkelijk alles wat onze gezondheid bedreigt, milieuverontreiniging, arbeidsomstandigheden en psychische druk? Hoever reikt de verantwoordelijkheid van artsen of beschouwen ze zich slechts als equivalent van een automonteur, om het kras uit te drukken? Slechts doen waarvoor ze betaald worden en verder de blik op oneindig?

Het woord aan iemand die zich oprecht zorgen maakt over de ontwikkeling van de geneeskunde.

Gie van den Berghe

 
Moderne medische zorg zit in een businessmodel. Een geneeskunde die winst moet maken schaft winstgevende praktijken niet uit eigen beweging af, heeft minder boodschap aan preventie (meer gezond houden dan genezen), minder oog voor maatschappelijke kost en nevenschade.

Farmaceutische firma’s leggen geen Hippocratische eed af maar zweren bij maximalisatie van winst voor aandeelhouders. Het zakenmodel is de eenvoud zelf: zoveel mogelijk mensen behandelen met zoveel mogelijk medicijnen tegen de hoogst mogelijke prijs. Veiligheidsrisico’s worden niet zelden veronachtzaamd, verzwegen of weggemoffeld op bijsluiters (die indekken tegen schadeclaims). Onlangs nog keurde de Amerikaanse Food and Drugs Administration het middel Aducanumab goed, een peperduur medicijn (56.000 dollar per patiënt per jaar) voor Alzheimerpatiënten, ook al had het eigen adviespanel het ‘geneesmiddel’ als ‘niet effectief’ afgekeurd. Eind vorig jaar wees het Europees Medicijnagentschap het product af wegens onvoldoende bewijzen van werkzaamheid tegenover voldoende bewijzen van schadelijke effecten.

Denk ook aan de opiaten-epidemie (oxycodone) in de VS (bij ons bekend onder de merknaam Oxycontin). Naar deze zware pijnstiller was geen medisch-ethisch verantwoord onderzoek gebeurd omdat men ervan uitging dat hoe sterker de pijnstiller, hoe zwakker de pijn. Met ontelbare verslaafden en doden tot gevolg (in 2018 stierven in de VS elke dag 128 mensen aan een overdosis). De producent, Purdue Pharma, was op de hoogte maar bleef artsen die het middel voorschreven financieel stimuleren (in 2012 schreef 7% van de Amerikaanse artsen meer opiaten voor dan alle anderen samen, in totaal 255 miljoen voorschriften).

Het kan geen toeval zijn dat de primordiale regel uit de eed van Hippocrates eed, ‘berokken geen schade’, in vrijwel alle moderne versies van de artseneed werd verwijderd, ook uit die van de Belgische Orde der Artsen.
 
Het volledige artikel valt terug te lezen onder: KERNZIEKE GENEESKUNDE.


Uitgelicht: bron

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.