Stad zonder grens

Edouard Sobels: Vue de Maestricht (1828)




Dankzij Engeland en Pruisen was Napoleon verslagen, de oude orde in alle glorie hersteld en een nieuw koninkrijk werd ons door de Engelsen geschonken. Zo kon het Verenigd Koninkrijk, niet het Nederlandse, tot grotere bloei komen. Geen handelsbeperkingen meer. In het Luikse werd begonnen met de industrialisatie op Engelse leest. Weg was de de pan-Europese gedachte die een einde had gemaakt aan het verdeel en heers en ervoor in de plaats het gelijkheidsbeginsel hanteerde. Weg de ene munt, weg een grenzeloze infrastructuur. Wel ontstond een Groot Nederland waar in het Frans sprekende gedeelte een proces tot aanpassing werd doorgevoerd met de stichting van een Nederlandstalige universiteit te Luik. Het sprookje van een land, een volk, een taal duurde slechts kort. In 1830 brak de opstand uit, in Maastricht beraamd, en geheel volgens de Engelse mores werd een nieuw koninkrijk geschapen weliswaar op liberale grondslag. Het bolwerk van de Nederlanden moest voor het Noorden behouden blijven en zo gebeurde. De gevolgen voor Maastricht waren desastreus en bepalen nog dagelijks de gang van zaken op elk relevant terrein, socio-economisch, cultureel, infrastructureel, nu bijna 200 jaar later. Stad en streek vertonen alle kenmerken van een gekoloniseerd en uitgebuit gebied.

Werklijk alles wat ons omringd is organisch tot stand gekomen, daar is inmiddels iedereen van overtuigd. Het recht van het sterkste, het gezonde en meest belovende overwint. Zo is sluitend te verklaren waarom de wereld eruit ziet zoals ze dankzij vrij handelende mensen geschapen is. Grenzen behoeven we om het kwade buiten te sluiten en vrije burgers te beschermen, dat was in de Middeleeuwen zo, kijk maar wederom naar Maastricht, en het geldt nog steeds. Een lichaam moet steeds beschermd worden of het biologisch van aard of door onze economische inspanningen gevormd is. Met name planologen, architecten en meer in het algemeen bouwkundigen van welke discipline dan ook hebben deze visie steeds voor ogen. Zo kennen ze het verschijnsel de organische stad als hun broekzak en handelen erna. Alles heeft z’n waarde en kent z’n plek, beseffen ze. Ze weten bovenal wat wonen is. Ze weten wat werken is. Vraag het hen maar. Verkeer beschouwen ze als een bloedsomloop, compleet met kloppend hart. Wat leven, verkeren en creëren betekenen, ze zouden het niet weten ondanks het feit dat ze het bevorderen van groei en het scheppen van orde tot hun discipline rekenen. Een Charta is niet slechts hun leidraad, maar hun dogma, als leerstellingen door Le Corbusier opgetekend in het Charta van Athene (CIAM, 1941). Wonen, werken, verkeer en recreatie werden de componenten van wat stad heette te zijn, sleutelfuncties, met daaraan toegevoegd het “cultureel erfgoed”. Stedenbouw heet een driedimensionale wetenschap te zijn met “de mens” als maat alle dingen.

Steeds weer is het nuttig om kennis te nemen van wat hun lakeien weten te verkondigen. Wederom Maastricht. Tijdens de bezetting werd de Dienst Stadsontwikkeling in het leven geroepen. Maastricht had steeds gevaren op het kompas van laisser-faire, nadrukkelijk op stedenbouwkundig gebied, maar daar moest maar eens een eind aankomen. Een 35 jarige architect, met op stedenbouwkundig gebied en de toestand ter plekke een onbeschreven blad, kwam bovendrijven en na een proefperiode van twee maanden werd Frans Dingemans stadsarchitect van Maastricht. Joosje van Geest wijdde aan hem een hommage. Organisch voor, organisch na. En het klopt. Ga maar eens wandelen door buurten als het Heugemerveld, Jekerdal, Nazareth, Limmel of in de omgeving van het Old-Hickoryplein, Pottenberg… Troosteloos, maar overal de kerk in het midden. Slecht gemetselde muren met wit geschilderd houtwerk. Vierhoog of als rijtjes doorzonwoningen onder een kap, netjes en optimaal verkaveld zoals elders in het land. Bekend werk van Dingemans en tevens gezichtsbepalend van vorm waren het inmiddels gesloopt stadskantoor en het stadion De Geusselt. Als geslaagd kunnen gelden het conservatorium en de gemeenteflat aan het Koningsplein.

Zoals bekend hebben Duitsers grote liefde voor cultureel erfgoed. Hitler was verrukt over Parijs en z’n discipelen in Maastricht begrepen inmiddels dat je de oude stadskern niet zo maar mocht slopen, hetgeen de bedoeling was. Het concept van Dingemans voor de Stokstraatbuurt laveerde hier tussen in. De dwarsstraten zouden aanzienlijk verbreed worden om het gebied te ontsluiten voor autoverkeer. Slechts bij de Vissersmaas en Houtmaas kon hij zijn voornemen doorzetten. Monumentenzorg voorkwam erger. Z’n enige zorg bleef waar met het schorem heen dat er nog woonde? Hoe het organisch opnemen in het volkslichaam? Overgangswoningen, woonscholen en andere doordachte plannen in nauwe samenwerking met woningbouwcorporaties werden van stal gehaald op basis van gericht onderzoek. Aldus werd de Maastrichtse bourgeoisie vervolgens weer heer en meester over een gebied dat ze enkele decennia eerder, na de ontmanteling van de vesting, verlaten en had laten verkrotten. Zodoende profiteerde ze optimaal van deze organische sanering, in het verleden via woekerhuren, nu dankzij de gigantisch gestegen grondwaarde. Het volk verliet door hogere machten gedwongen haar stad.

Voorgegaan in dit bijna volmaakt organisch proces, stedelijke herstructurering genaamd, was Alfons Boosten, gerenommeerd Rooms architect, die eind twintiger jaren het plan bedacht om een deel van de binnenstad aan lucratief gelegen bouwgrond te helpen door het forceren van een doorbraak voor een nieuwe brug over de Maas. De oude stond namelijk op instorten. Dol en dwaas kwam de afrit te liggen aan de Markt. Toch zat hier een organische gedachte achter. Immers door het verpauperde Boschstraatkwartier af te grendelen van het winkelcentrum kon dit laatste enorm opgewaardeerd worden. Aan een van de zijden van de afrit zou een heus warenhuis verrijzen, echter de economische crisis gooide roet in het eten. Dingemans breidde verder op de door Boosten en z’n politieke gezellen ontstane situatie. Een bres door de westelijke wand van de Markt moest geslagen worden om de waardevolle binnengebieden te ontwikkelen tot heil van de stad. Dankzij massaal protest van de bevolking ging dit plan, het Look van Dingemans, niet door. Grappig is overigens dat de schrijfster van het boek over deze architect ons een luchtfoto over de Markt voorschotelt die ze dateert rond 1945 nadat dus de Wilhelminabrug tijdens de Tweede Wereldoorlog al twee maal opgeblazen was geweest. Op de bewuste foto valt de nieuwbouw begin jaren dertig te zien.

Het warenhuis kwam er niet, wel een stadskantoor, maar toen lagen de kaarten al anders. Voor een nieuwe gemeentelijke dienst was dit gebouw ontworpen, Openbare Werken, waaronder de dienst stadsontwikkeling kwam te ressorteren, zeg maar stedenbouw en aanverwante zaken, bedacht door een nieuwe directeur, die feitelijk meester werd over de stad. De bouwondernemer van het kantoor was iemand die na de oorlog een aantal jaren geen activiteiten had mogen ontplooien. Beiden, de ondernemer en de directeur, werden overburen van elkaar in het geheel organisch ontsloten Jekerdal met dank aan Dingemans, die in deze omgeving de stad een wonderschoon voorbeeld van hedendaagse wooncultuur schonk, prachtig gelegen aan de Jeker, in vorm geïnspireerd door de Maaslandse architectuur, compleet met timpanen voor de kopgevels. U ziet, deze stad kent geen grenzen voor wie haar wil koloniseren en aanpassen aan eigen behoeften, haaks op die van de bevolking.

Maastricht, en dat moet met nadruk gezegd worden, is in overwegende mate een armzalige, troosteloze stad, vol gegoten met beton uit de eigen Sint Pietersberg en asfalt. Dit blijkt het resultaat van alle inspanningen gedaan door bouwmeesters, planologen en projectontwikkelaars. Geld moet rollen en dan dient een rijke geschiedenis en schitterende ligging slechts als een façade. Over de regio met haar petrochemische industrie en de afschrikwekkende infrastructuur zullen we maar zwijgen. Is dit alles mede te danken aan geesten opgegroeid in de polder, waar alles door mensenhand geschapen is met een eindeloze horizon? Grenzenloos? Zou het anders kunnen? Uiteraard, onder andere voorwaarden. Zonder eigenbelang, zonder grens.


LITERATUUR
Huub Reinders: “Heer laat je schaapjes gaan – dagboek van pater Castorius
Joosje van Geest: F.C.J. Dingemans – Stadsarchitect van Maastricht


Bron uitgelichte afbeelding: Lou Spronck: Philippe van Gulpen 1792-1862
De overige toegevoegde afbeeldingen stammen uit het werk van Van Geest.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.